Scholen in Coronatijd


Martijn de Riet – 17 januari 2021

Een paar maanden geleden schreef ik op Twitter een draadje aan Nieuwsuur naar aanleiding van een uitzending rondom de rol van scholen en scholieren in de Corona crisis. Ik was niet onverdeeld positief over de uitzending, en met name de inbreng van dhr Karoly Illy, kinderarts en vast adviseur van het Outbreak Management Team (OMT). In een “gepassioneerd” betoog vertelde Illy over de grote gevolgen die de schoolsluiting in maart voor kinderen zou hebben gehad. Onder andere obesitas, depressies, kindermishandeling en andere ernstige gevolgen zouden zijn geconstateerd. Dhr. Illy leverde echter geen enkel bewijs, en ook de onderzoeken die hiernaar gedaan zijn spraken zijn conclusies tegen.

De kern van mijn betoog: de Nederlandse overheid onderschat systematisch de invloed van kinderen op het verloop van de pandemie en het besmettingsgevaar wat zij lopen én zijn. Daarnaast overschat tegelijkertijd de negatieve gevolgen van thuisonderwijs op diezelfde kinderen. Obesitas en depressie en depressie zijn ziektebeelden die zich over een lange tijd ontwikkelen, en dus nooit enkel kunnen komen door een paar weken geen school. Instanties als VeiligThuis en het Verwey Jonker Instituut hebben geconstateerd dat er geen toename in kindermishandeling is geweest. Het hele betoog van dhr. Illy was gebaseerd op aannames en onderbuikgevoelens.

De pijlers van het coronabeleid rond kinderen

Wat is er dan wel aan de hand?
Het Nederlandse beleid ten aanzien van (schoolgaande) kinderen is gebaseerd op drie pijlers;

  1. Kinderen worden niet ziek en verspreiden het virus nauwelijks;
  2. Schoolgebouwen zijn veilig;
  3. De gevolgen van schoolsluiting zijn desastreus voor de ontwikkeling van kinderen.

Ik wil deze alle drie bespreken. En daarnaast zou ik alle partijen willen oproepen dit debat te voeren op basis van feiten, en niet meningen en onderbuikgevoelens. 

Verspreiding door kinderen

Dit weekend las ik een reconstructie van Nieuwsuur over de gang van zaken omtrent de opening van scholen, besmettelijkheid van leerlingen en gevaren voor leraren. Ik moet zeggen: een meer dan uitstekende reconstructie van Nieuwsuur, met name door Milena Holdert en Renée van Hest. 

Samenvattend: al in augustus was bij het OMT bekend dat zeker tieners het Coronavirus evenveel verspreiden als volwassenen. Dhr Illy (dezelfde als van de Nieuwsuur uitzending) pleitte al langer voor aanvullende maatregelen op scholen zoals verplicht afstand houden.

Ik denk dat na deze reconstructie en bijbehorende uitzending van Nieuwsuur we het wel met elkaar eens kunnen zijn dat in ieder geval tieners in grote mate bijdragen aan de verspreiding van het Coronavirus. Voor jongere kinderen blijft de officiële lijn echter anders. Zij worden nog steeds geacht niet bij te dragen, vooral omdat er geen bewijs voor zou zijn.

Dit is wat mij betreft een drogredenering. Absence of Proof does not equal Proof of Absence. Er wordt simpelweg niet gekeken naar bewijs, dus is het er niet. Testen van jonge kinderen wordt actief belemmerd, zodat de absolute getallen van besmettingen laag blijven. Zelfs na de “verruiming” worden kinderen nog steeds 75% minder getest dan tieners. En die worden al 75% minder getest dan volwassenen. In % positieve testen voeren jonge kinderen echter al weken de lijsten aan. En ook met de recente verruiming van het testbeleid is hier geen verandering in gekomen. Dit duidt erop dat we nog steeds kinderen te weinig testen en dus ook onderrapporteren.

Voor we in dit stadium weer achter stokpaardjes aan gaan hobbelen lijkt het me dus een goed idee om ervan uit te gaan dat onze jongste kinderen, net als op zoveel andere plaatsen in de wereld, wel degelijk het virus verspreiden. Tot het tegendeel bewezen is. Het OMT had het al eerder fout.

Maar dat doen we toch niet. In plaats daarvan gaan we zelf onderzoek doen. Naar één schooluitbraak, met als achterliggende reden de UK-variant die hier gevonden is. Er zouden geen andere uitbraken zijn die we kunnen onderzoeken. Raar, want het coronadashboard van BD Databplan meldt 165 uitbraken op basisscholen. Er moeten er toch 2 of 3 zijn die interessant genoeg zijn om even te gaan kijken?

Vooropgesteld: ik ben blij dat we onderzoek gaan doen. Dat is al een verbetering ten opzichte van systematische ontkenning. En het maakt me niet veel uit aan welke reden dit onderzoek wordt opgehangen. Als er maar actie wordt ondernomen. Wat me wel stoort is dat dit drie weken moet duren. En dat we dus in de tussentijd de onderzoeken uit Engeland simpelweg negeren, of actief proberen te bagatelliseren. Deze drie weken kunnen leiden tot grote extra gevolgen, zeker als je rekening houdt met de uitkomsten van de veel uitgebreidere onderzoeken door SAGE en Imperial College. 

Wat zijn hun uitkomsten dan? Voor de jongsten is deze variant 43,5% meer besmettelijk. Simpel gesteld: waar een kind van 0-9 in een groep van 100 anderen eerst 6 andere kinderen besmette, zal het met de nieuwe UK-variant B117 ongeveer 9 andere kinderen besmetten. 

Onderstaand figuur is gedeeld op Twitter door Dr.  Eric Feigl-Ding, een epidemioloog aan Harvard University. Zijn term om deze variant te beschrijven? Een “hellish beast”. 

Ik vraag me af wat wij anders denken te gaan vinden. En waarom we keer op keer eerst zelf bewijzen moeten hebben voor we studies uit het buitenland geloven. Wellicht heeft dat iets te maken met het downplayen van de risico’s? Dit is in de laatste briefing van de Tweede Kamer alweer vrolijk begonnen, ook te zien aan onderstaand Teletekst bericht van 13 januari. 

Als je heel strikt kijkt heeft Van Dissel hier gelijk. Er zijn geen “andere” risico’s gevonden voor kinderen (geen hogere sterftecijfers, spontaan aangroeiende danwel afstervende ledematen, etc). Wel zijn kinderen, met name de jongste, de helft besmettelijker. Het is maar wat je “geen extra risico” noemt natuurlijk. Hoe dan ook is het storend en schadelijk dat dit soort semantische spelletjes eigenlijk schering en inslag is.

Er spreekt een veronachtzaming uit van dezelfde kinderen waarvan iedereen roept dat ze weer naar school moeten. Of in ieder geval een potentieel vrij dodelijk geval van tunnelvisie.

Scholen zijn veilig

Al maanden is het mantra: scholen zijn veilig, kinderen besmetten elkaar niet. Zolang er maar goede ventilatie is, is er niets aan de hand. Nu we vast hebben gesteld dat kinderen elkaar wèl besmetten is het belangrijk om te kijken hoe het dan echt gesteld is met de ventilatie.

Hierover schreef ik eerder op Twitter deze draad.

Sleutel hierin is het advies van het OMT uit juni: om veilig naar school te gaan moeten scholen voldoen aan de richtlijnen in het Bouwbesluit. De verantwoordelijk Minister, dhr Arie Slob heeft dan ook een Commissie ingesteld, het Landelijk Coordinatieteam Ventilatie in Scholen (LCVS) om dit te onderzoeken.

Het LCVS is hiermee aan de slag gegaan en produceert een rapport op 1 oktober. Ik heb dit rapport geanalyseerd. Mijn eerste conclusie is dat het onderzoek ondermaats is. Het betreft een eendaagse check van de CO2-waarden, in augustus / september (bij mooi weer dus). Beter zou zijn om dit minimaal 2 weken vol te houden, en ook bij verschillende weersomstandigheden te doen. Maar goed, het is alles wat er is. Dus laten we kijken wat hier uit is gekomen.

Er zijn ongeveer 9300 scholen aangeschreven, waarvan er ruim 7300 hebben gereageerd. Van die 7300 scholen heeft iets meer dan de helft van de scholen niet aangegeven het onderzoek niet te hebben uitgevoerd. Uiteindelijk hebben 3.455 scholen de vragen over ventilatie ingevuld, ruwweg ⅓ van het totaal aantal scholen in Nederland.

22% van de scholen geeft in deze inventarisatie aan dat na onderzoek is gebleken dat zij NIET voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit.

29% van de scholen maakt gebruik van een volledig natuurlijke ventilatie. Dat betekent dat de luchtstroom in het gebouw afhankelijk is van “natuurlijke trek” of “schoorsteenwerking”. Deze wijze van ventileren mag al 30 jaar niet meer omdat een constant binnenklimaat niet kan worden gegarandeerd. Maar wordt door de LCVS niet gezien als ontoereikend. Als u zich afvraagt hoe dat werkt: ga vanavond koken zonder uw afzuigkap aan te zetten. Of douchen zonder de afzuiging aan te zetten. Dan maakt u gebruik van natuurlijke trek. Werkt niet echt goed toch? In schoolgebouwen dus ook niet.

Tussen deze twee groepen is enige overlap. Er zijn ook scholen met volledig natuurlijke ventilatie die blijkbaar niet voldoende capaciteit halen. Waarschijnlijk hebben zij getest op regenachtige (ramen dicht) en/of windstille dagen. Als ik corrigeer voor die overlap kom ik in totaal op 43% van de scholen die NIET de vereiste minimale ventilatie van 6dm3/s kunnen garanderen die door het OMT en LCVS als minimum zijn aangemerkt..

Het ventilatieprobleem is niet nieuw

U zult nu misschien geschokt zijn. Ik niet. Al toen ik mijn opleiding Bouwkunde begon, in 1998, was dit bekend. Zelfs zonder Corona is dit een probleem. Google even op “ventilatie” en “scholen” en u vindt moeiteloos een dozijn rapporten die hetzelfde zeggen. Er is jarenlange lobby geweest onder de noemer “Frisse Scholen” voor betere ventilatie in scholen. Ook omdat veel scholen (vooral met natuurlijke ventilatie) de maximale CO2-waarden zover overschrijden dat het ongezond wordt voor de kinderen en leraren in de lokalen. 

Conclusie uit het onderzoek is wat mij betreft dus: bijna de helft van de scholen voldoet niet aan advies van het OMT. Dan vraag je je af: hoe is dit gecommuniceerd? Wat is er mee gedaan? Nou…. opvallend weinig. Dit is de website van de Rijksoverheid:

Om te beginnen heeft men de uitkomsten met een rekenkundig trucje naar beneden geschroefd tot 11% van de scholen waar de ventilatie niet ok is. Dit heeft men gedaan door het aantal scholen wat aangeeft niet te voldoen (777) te delen door het totaal aantal scholen wat gereageerd heeft (7340). En dus NIET door het aantal scholen wat daadwerkelijk het onderzoek heeft uitgevoerd (3452). Dit is gewoon een leugen, niets meer en niets minder. Voor de uitgebreidere onderbouwing van deze stelling, zie de eerder gerefereerde Twitter draad, daar reken ik het stap voor stap door.

Vervolgens gaat men LIJNRECHT in tegen het advies van het OMT: scholen waarbij de ventilatie niet op orde is, moeten gewoon open. Waarom? Omdat de rol van ventilatie “onduidelijk” is. Maar dit was ook onduidelijk toen het OMT haar advies opstelde? Het wordt gewoon genegeerd omdat de uitkomst niet past in het politieke wensdenken van de Minister.

De VO-raad gaat op haar website nog een stukje verder. Zij stellen dat uit het onderzoek geen relatie tussen ventilatie en de verspreiding van Covid19 is gebleken. Dat kan. Uit het rapport is ook niet duidelijk wat de relatie is tussen Covid19 en spontane zelfontbranding.

Wat ik maar wil zeggen: dit was ook helemaal niet het doel of op enige wijze onderdeel van het onderzoek. Die claim is dus op zijn best misleidend. Wat wel duidelijk is: voor 22-43% van de scholen is de ventilatie NIET conform de eisen van het Bouwbesluit, en dus ook NIET conform de adviezen van het OMT. En dat zowel de PO-raad als de VO-raad, beiden onderdeel van het LCVS hier geen enkel probleem mee lijken te hebben.

Maar geen nood, hulp is onderweg. De Minister kondigde onverwijld een subsidie aan om de ventilatie te verbeteren. 360 miljoen nog wel. Enige probleem: aan te vragen vanaf 4 januari. 3 maanden later. Via de gemeente, die ongetwijfeld de rest moeten bijdragen. 

Ander punt: deze subsidie kunnen scholen aanvragen voor maximaal 30% van de kosten van aanpassing. Wie de rest van de kosten moeten dragen is totaal onduidelijk. Maar dat het om grote bedragen gaat is te zien in de tabel met maximale bijdragen op de website van de Rijksoverheid.

Deze bijdragen zijn dus maximaal 30% van de totaal verwachte kosten. Mijn vraag is: waar moet een school met 250 leerlingen 300.000 euro vandaan halen? Of de gemeente waar deze school in staat? En nog belangrijker: waarom is er “ineens” maar een slordige 99 miljoen beschikbaar, en niet de eerder geroepen 360 miljoen?

Alle adviezen worden aan de kant geschoven

Net als met de OMT adviezen voor onderlinge verspreiding van Corona door kinderen, worden de adviezen omtrent een goede ventilatie van scholen door het Ministerie OCW en Arie Slob gewoon aan de kant geschoven. Er wordt voor de bühne een regeling in stelling gebracht, waarbij je als school pas 3 maanden later subsidie aan kunt vragen. En dan moet de hele planvorming, vergunningsaanvraag en uitvoering nog beginnen. Met andere woorden: iedere Nederlander is gevaccineerd voor hier daadwerkelijk iets gaat gebeuren.

Het erge is: zowel de PO-raad als VO-raad doen hier actief aan mee. Zij namen beide deel aan het LCVS, zijn dus mede verantwoordelijk voor de blunders in dit rapport en nemen de adviezen over. (en dikken ze in sommige gevallen nog wat verder aan). Terwijl deze brancheverenigingen juist de belangen van de scholen zouden moeten behartigen. Niet meehuilen met het ministerie. Om maanden later doodleuk te constateren dat leraren toch wel erg vaak ziek worden. En gaat men dan maatregelen nemen om leraren te beschermen? Of concluderen dat hoewel heel erg gewenst, het openhouden van de scholen simpelweg niet kan. Maar nee. 

De keuze is voor de PO-raad en VO-raad heel anders: 
Of de ouderen en kwetsbaren even willen opteffen, we moeten de leraren vaccineren. Want anders kunnen zij niet in deze broeinesten van Corona blijven werken.

Voorrang bij vaccineren, is dat de oplossing?

Beste leraren, wat ik niet begrijp is dat jullie dit accepteren. Ik begrijp niet dat jullie accepteren dat Arie Slob jullie al maanden willens en wetens jullie in de klas zet met 20 tot 30 virusvaatjes. Simpelweg omdat hun ouders, en jullie blijkbaar ook, naar hun werk moesten. U nu vaccineren betekent alleen maar dat u les kunt blijven geven aan al die leerlingen waarvan men niet meer kan ontkennen dat zij u ziek maken. Maar weet wel: u kunt nog steeds het virus bij u dragen en verspreiden. Uw gezin, familie, vrienden kunt u nog steeds ziek maken.

Het is niet zo dat de besmettingen in uw beroepsgroep uit het niets komen. Er is ook niet de waarheid verteld over de kwaliteit van de binnenlucht. De ventilatie op 22-43% van de scholen voldoet niet  aan de adviezen van het OMT. Honderdduizenden kinderen en leraren.

Arie Slob wist het wel (of had dit moeten weten) toen hij begin december vertelde dat de ramen best dicht konden als het koud was. 

Toen hij besliste dat honderdduizenden leerlingen uitgezonderd zouden zijn van de schoolsluiting. Toen hij toestond dat het begrip “kwetsbare leerling” zover opgerekt werd dat 20-40% van de leerlingen nog steeds naar school gaat.

Of toen hij besliste dat, in een regio waar twee nieuwe varianten van het Coronavirus rondwaren (de Engelse variant in Rotterdam, Zuid-Afrika variant in West Brabant) snotterende kinderen niet geweigerd mogen worden op de noodopvang.

Wie zijn de eersten die deze aanhoesten? Waarom accepteert u dat? Wat moet er gebeuren voordat jullie het recht opeisen om als normale mensen worden gezien die recht hebben op een gezonde werkplek? Dat jullie werk weliswaar ontzettend belangrijk is, maar dat dit niet automatisch betekent dat de Minister uw leven in de waagschaal mag stellen op basis van valse informatie en politiek wensdenken. 

En om aan te geven hoe hard leraren momenteel geraakt worden, dit zijn de besmetting cijfers in de week van 15 december uit de wekelijkse rapportage van het RIVM.


Zorgmedewerkers (groen): 3.290
Leraren (geel): 2.412

Laat dat even op u inwerken. Uw werkomgeving was veilig. Toch? En denkt u dat het niet aan uw omgeving ligt, dit waren dezelfde cijfers na twee weken vakantie:

Zorgmedewerkers (groen): 4.072
Leraren (geel): 665

Beste leraar, ik wil u feliciteren met uw bijdrage aan het verminderen van de besmetting cijfers gedurende de Kerstperiode. Uw besmettingen zijn in 2 weken tijd 2 keer gehalveerd. Bert Slagter of Marino van Zelst kunnen ongetwijfeld voor u uitrekenen hoe indrukwekkend R-getal dat is.

Waarom arceer ik hier ook de zorgmedewerkers? Simpel: om het verschil te laten zien tussen twee beroepsgroepen waarvan de ene de besmettingsbron nog steeds actief is (zorg) terwijl bij de andere de besmettingsbron weg is gehaald (leraren). En dit geldt dus OOK voor de basisschoolleerkrachten.

De enige juiste conclusie is: scholen zijn geen veilige gebouwen. Als kinderen op school zijn leraren als enige beroepsgroep qua besmettingscijfers te vergelijken met de zorg. Als kinderen niet op school zijn vallen ze vrijwel direct terug naar niveaus die we zien bij overige beroepsgroepen. Dit geldt zowel voor basisscholen als middelbare scholen.

Dit wordt veroorzaakt doordat de basale regels (afstand houden, mondkapjes) niet gelden binnen scholen EN doordat de scholen gewoon simpelweg kampen met tientallen jaren gebrekkig onderhoud en onveilige ventilatiesystemen.

Gevolgen van schoolsluiting

Dan het derde punt: de vermeende desastreuze gevolgen van schoolsluiting voor kinderen. Belangrijkste voorvechter van deze theorie: ons aller Karoly Illy, kinderarts, vaste adviseur van het OMT en mediapersoonlijkheid. Recentelijk nog mocht hij even leeglopen bij het AD. Ik kan heel eerlijk gezegd niet zoveel met een beroep op mensenrechtenschendingen. Niet als je dansleraar bent, niet als je aanschuift bij het OMT. Het is een hyperbool die alle vorm van discussie of afwijkende meningen doodslaat. Dus daar wil ik niet te lang bij stil staan.

Waar ik wel kort bij stil wil staan: Ik vind het wel erg verontrustend dat dhr. Illy klaarblijkelijk met de PO-raad en VO-raad de ideeën mocht “pitchen” bij het OMT. Het ligt misschien aan mij, maar dat is toch het adviesorgaan voor biomedische adviezen? Onderwijskunde is daar toch niet één van? En die adviezen zijn ook nog eens geheim. We laten dus 2 lobbyclubs (beiden werkgevers) een strategie bepalen en voorstellen bij een club die daar helemaal niet over gaat, noch specifieke kennis van heeft. Maar de leraren, op wie de kosten van het beleid worden afgewenteld, zitten daar niet bij? Vreemde gang van zaken als je het mij vraagt.

Waarom wil ik hier bij stilstaan? Omdat het kenmerkend is voor de manier waarop de discussie gevoerd wordt. De “open scholen” doctrine is op drijfzand gebaseerd. En als je doorvraagt, naar harde cijfers, dan heeft niemand antwoorden die deze theorie ondersteunen. Ook dhr. Illy niet als Sven Kockelman bij 1-op-1 geen genoegen neemt met de gebruikelijke hysterische claims van zware depressies, explosief gestegen aantallen zelfmoorden en massale kindermishandeling tijdens de eerste lockdown. Ze zijn gewoon niet waar namelijk.

Een voorbeeld: Dit is een persbericht verspreidt door de Universiteit Leiden. Tamelijk verontrustend nietwaar?

Het bericht op de site van de Universiteit is al wat genuanceerder. Hier wordt voor het eerst ook het onderscheid tussen mishandeling en verwaarlozing gemaakt. 

Vermoedens en schattingen

Maar laten we ook het onderzoek zelf er even bij pakken. Eerst wat achtergronden: Het rapport is uitgevoerd in dezelfde methodologie als die gebruikt wordt voor grote landelijke onderzoeken naar kindermishandeling, de Nationale Prevalentiestudies Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM). Deze studie is voor het laatst uitgevoerd in 2017. Door dezelfde onderzoeksmethode te gebruiken zouden de cijfers vergeleken moeten kunnen worden. 

Het onderzoek maakt gebruik van zogenaamde “informanten”. Dit zijn mensen werkzaam in kinderopvang en onderwijs. Hen is gevraagd om registraties bij te houden van kinderen waarbij zij het vermoeden hadden dat er sprake was van mishandeling en/of verwaarlozing. 

Hoewel ik de keuze voor een zelfde onderzoeksmethode snap, is de situatie wel even anders. Dit ging immers over een periode waarin de onderzoekers de kinderen, in tegenstelling tot de NPM-2017) niet dagelijks zagen. Sterker nog: een deel van het onderzoek is gebeurd een aantal maanden na dato (na de zomervakantie). Uit het rapport blijkt dat hiervoor niet gecorrigeerd is. Ik vraag me af of dat terecht is. Maar laten we eerst even kijken naar de uitkomsten van het onderzoek.

In onderstaande tabel ziet u de uitkomsten waarbij vergeleken wordt tussen de NPM-2017 (blauw) en de lockdown periode (rood). Uit het onderzoek blijkt dat enkel op het gebied van emotionele verwaarlozing een significante wijziging

Bovenstaand figuur, uit het rapport, laat de verschillende gradaties van “mishandeling” zien die in het NPM kent. Zoals u ziet is er alleen sprake van een significant (statistisch belangrijk) verschil bij emotionele verwaarlozing (er is sprake van een belangrijk verschil als de onzekerheidsmarge, dat is het verticale streepje, van beide situaties elkaar niet in belangrijke mate overlapt). En die valt uiteen in vooral een toename bij verwaarlozing van hulp bij het onderwijs en getuige zijn van huiselijk geweld.

Dit zijn de cijfers:

  • 34.5% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn gelijk gebleven.
  • 50.0% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn verergerd.
  • 3.4% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn verminderd.
  • 8.6% van de vermoedens bestond voor de lockdown niet.
  • 3.4% is niet bekend.

Ik vind dat eerlijk gezegd niet super schokkend. Let wel, het gaat hier in overgrote meerderheid om vermoedens van emotionele verwaarlozing, vaak op het gebied van hulp bij thuisonderwijs of getuige zijn van huiselijk geweld.

Maar het sluiten van scholen is toch ook super ingrijpend? Dus dan is het toch eigenlijk heel goed nieuws dat dit niet geëscaleerd is tot zwaardere vormen van mishandeling? Maar in plaats van een positieve benadering schreeuwen we moord en brand.

We hebben het hier voornamelijk over gezinnen onderop de ladder van de samenleving. Armoede is de grootste risicofactor (10x hoger),  op afstand gevolgd door werkeloosheid (3x hoger). Afkomst, gezinsgrootte of samenstelling speelden nauwelijks een rol. 

We hebben het hier dus voornamelijk over werkende arme gezinnen. Die het niet kunnen bolwerken in een pandemie. En onze enige reactie hierop is ze een label kindermishandelaar opplakken en als excuus gebruiken om onze kroost weer naar school te brengen.

Want daar komt het feitelijk op neer. Voor deze uitkomst hoef je kinderen niet terug naar school te sturen, je moet zorgen voor hulp en ondersteuning. Waarom kunnen die mensen niet de benodigde hulp bieden aan hun kinderen? Hoe vaak is de reden simpelweg dat pappa en mamma beiden moeten werken om het hoofd boven water te houden? Hoe doe je het dan ooit goed? Als je zorgt voor eten op de plank dan ben je een kindermishandelaar. Als je niet zorgt voor eten op de plank, nou ja, dan heb je dus niets te eten. Wat dit soort onderzoekers vaak even vergeten is dat het niet voor iedereen een keuze is om geen tijd te kunnen besteden aan het huiswerk.

In plaats van een boos persbericht de lucht in te slingeren dat in onze o zo geciviliseerde maatschappij blijkbaar de onderste helft van de samenleving aan haar lot is overgelaten tijdens een pandemie maken we ze uit voor kindermishandelaar. Over victim blaming gesproken.

Wat je volgens mij uit dit onderzoek moet concluderen is dat er dringend ondersteuning is voor een grote groep ouders. Maatregelen zouden kunnen zijn:

  • Ondersteuning voor lage inkomensgroepen ontbreekt. Zij moeten op één of andere manier tijd krijgen hiervoor. Geef ze betaald 3-4 dagdelen per week om hun kinderen te begeleiden.
  • Zorg voor materiaal en materieel voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Als je wilt dat er massaal gezoomd wordt, dan moeten gezinnen met kinderen die moeten zoomen ook kunnen zoomen. En ja, dat betekent dat je laptops en internetaansluiting moet verzorgen. 
  • Zorg voor een robuuste organisatie van de contactmomenten. Het kan niet zijn dat je op enig moment duizenden kinderen uit het oog verloren bent tijdens een schoolsluiting. Ieder kind moet gewoon iedere week minimale tijd (bijvoorbeeld 1 of 2 dagdelen) op school zijn. Zo kan, naast het welbevinden van het kind, ook de voortgang worden gemonitord.
  • Zorg voor alternatieve mogelijkheden in begeleiding. Waarom gaan bibliotheken niet open voor schoolkinderen. Richt ze veilig in, zet desnoods losse bureaus tussen de rijen boeken. Zorg dat er op veilige manier vragen kunnen worden gesteld aan docenten. Dus op afstand en met PBM.
  • Ga eens praten met scholen en andere organisaties die hier al lang over nagedacht hebben. N = 1, maar je zou onze middelbare school kunnen bellen. Zij hadden in augustus al drie scenario’s integraal vastliggen: volledig op locatie, hybride en volledig op afstand. Docenten die voor de vakantie moeite hadden met les geven op afstand hebben cursussen gekregen hierin. Docenten die dit makkelijk adopteerden hebben het lesmateriaal voor hun rekening genomen. Er is al heel veel gebeurd. Gebruik het.
  • Zorg voor een nationaal digitaal curriculum voor (basis)scholen, georganiseerd en beheerd vanuit de overheid. Zorg dat scholen hier hun eigen materiaal aan kunnen bieden, maar daarnaast ook van andere scholen het materiaal kunnen hergebruiken.

Dit zijn slechts een handvol opties voor een meer constructieve aanpak van het probleem. En al die dingen zijn meer nodig dan schreeuwerige persberichten die mensen die het al moeilijk hebben ook nog eens te kakken zetten. Want dat gebeurt hier. Ik vind het prima om problemen te belichten, maar de publieke opinie met rampberichten proberen te beïnvloeden is niet constructief.

Sterker nog, zo keihard en hysterisch gillen werkt alleen maar averechts. Een moratium op schoolsluitingen zorgt er alleen maar voor dat er ook niet over alternatieven kan worden gepraat. Waar onze middelbare school blijkbaar de mogelijkheid had om in eigen beheer drie scenario’s uit te werken, gold dat niet voor onze basisschool.

Onze basisschool was voor de tweede keer totaal verrast. Helemaal niet aan zien komen. Voor de tweede keer nul voorbereiding. Geen lesmateriaal, geen onderwijsuren.  Niets. 

Maar ook geen enkele vorm van hulp. Een Ministerie van Onderwijs wat nog steeds in ontkenning is. Een ministerie wat weigert om centraal te sturen, leiding te geven. Wat geen enkele visie heeft over hoe omgegaan moet worden met onderwijs op afstand. Simpelweg omdat het weigert te erkennen dat scholen weleens zouden moeten sluiten om de epidemie in te dammen..

Ik denk dat als scholen kunnen schakelen tussen verschillende onderwijsvormen zonder dat dit een gigantische disruptie in het onderwijsprogramma tot gevolg heeft we zullen zien dat het ook wel mee gaat vallen met achterstanden.

Als we teruggrijpen naar de drie pijlers onder het Nederlandse beleid dan kunnen we het volgende concluderen:

Conclusie

Vanuit bovenstaande analyse zijn wat mij betreft de conclusies helder:

  1. Kinderen worden wel degelijk besmet, en dragen ook bij aan verspreiding. Besmettingscijfers van docenten voor en na een vakantie laten dit zien.
  2. Scholen zijn geen veilige gebouwen. De ventilatie is bij een kwart tot de helft van de scholen niet op orde. En ook dit komt dus terug in de besmettingscijfers.
  3. Desastreuze gevolgen voor kinderen zijn er niet. Tenminste, niet als het gaat om kindermishandeling. Ze zijn er wel degelijk als het gaat om het oplopen van leerachterstanden. Maar dat is niet zozeer een gevolg van de schoolsluiting / onderwijs op afstand an sich, maar een gevolg van de categorische weigering om zelfs maar te praten over een goede invulling hiervan. Laat staan dat er enige vorm van strategie, voorbereiding of praktische ondersteuning is vanuit de overheid.

Het probleem van schoolsluiting en bijbehorend onderwijs op afstand is niet onoverkomelijk. Het is een probleem wat wij creëren, en wat wij ook op kunnen lossen.

Tot slot

Tot slot wil ik graag nog een persoonlijke noot aan dhr Arie Slob willen richten. Want uiteindelijk hebt u de beslissing genomen. Op basis van een fout die het OMT intern al sinds de start van het schooljaar heeft toegegeven. U heeft mijn kinderen naar school gestuurd. U heeft een schoolsluiting met de herfstvakantie tegengehouden. Of in ieder geval niet uitgevoerd. U wist dat het OMT vond dat scholieren wel degelijk bijdragen aan de verspreiding. U heeft dezelfde grafieken en tabellen gezien als wij.

U heeft de scholen weer open laten gaan, en het hele circus zich laten herhalen tot de Kerstvakantie. In de Kerstvakantie is de afname van besmettingen voor groot deel voor rekening van scholieren en leraren geweest, net als in de Herfstvakantie. De dalingen zijn extreem groot terwijl de rest er een beetje lafjes achteraan hobbelt, dan wel gewoon door stijgt En zelfs nu zitten er nog steeds honderdduizenden kinderen op school. Omdat u ze ertoe verplicht heeft.

En dat is nog niet eens het ergste. U heeft meer dan eens mijn kinderen aangesproken op vermeend losbandig gedrag. Ze besmetten elkaar overal. Op de fiets, in de supermarkt. Bij feestjes of het hangen. Ze namen hun verantwoordelijkheid niet, ze waren asociaal. Terwijl u wist dat dit niet het grote probleem was. Nog voordat het begon. U wist het al in augustus en bent tot december vrolijk mijn kinderen de schuld blijven geven. U heeft he-le-maal niets gedaan om de verspreiding in te dammen. 

U heeft uw wettelijke (!) verantwoordelijkheid om mijn kinderen een veilige leef- en leeromgeving te bieden genegeerd en ze als dank een mes in de rug gestoken. Dat is meer dan verachtelijk.

Hoe haalt u het in uw hoofd? Waar haalt u het lef vandaan op die manier met mijn kinderen om te gaan? 

Weet u wat, het kan me niet eens zoveel schelen.

Ik zeg hierbij het vertrouwen in u op. U heeft het welbevinden van mijn kinderen overduidelijk niet als prioriteit. Dat doet u maar met iemand anders zijn kroost. Vanaf nu bepalen wij zelf wat we verantwoord vinden.

Ze is 7 jaar

Voor sommige mensen is het vaccin méér een zaak van leven en dood dan voor anderen.
Toch worden zij nu over het hoofd gezien.

Ze is 7 jaar. Vandaag is de 300e dag van haar gevangenschap. Haar misdaad? Ze heeft een moeder die in een COVID19-risicogroep zit en een flinke kans heeft te overlijden als ze geïnfecteerd raakt.

Het was 11 maart toen Oriana voor het laatst echt met andere kinderen gespeeld heeft. Dat ze voor het laatst in een klaslokaal zat. Dat ze de juf, een vriendinnetje of wie-dan-ook kon spreken zonder dat mama of papa ergens in de buurt was. Dat ze gewoon lekker buiten kon spelen. Dat ze in de buurt van anderen kon komen. Haar gevangenis is luxe. Met zomers een waterglijbaan en de rest van het jaar een trampoline. Met een slaapkamer met paardenposters en elfjesdecor. Met een keuken vol lekkere dingen en onbeperkt internet. Maar het blijft een gevangenis. Ze kan er niet uit en er mag niemand anders naar binnen.

Oriana is gevoelig, lief, de beschermengel van haar moeder, slim, grappig. Ze houdt van paarden en van lezen. En van wild doen. Als ze wild doet moet ze tegenwoordig altijd uitkijken, want bij mama kan dat niet, dat is gevaarlijk. En vriendjes om lekker wild mee rond te rennen, dat werkt niet zo goed via videochat.

Ze heeft een juf die er alles aan doet om haar deel van de klas te laten zijn. Ze heeft vriendinnetjes die na schooltijd af en toe met haar skypen. Haar ouders hebben gelukkig de mogelijkheid om alle boeken die ze maar wil voor haar te kopen. Oma zet soms cadeautjes voor de deur. Ze probeert er het beste van te maken, maar soms moet ze opeens huilen, omdat ze zo ontzettend graag even met andere kinderen zou willen spelen.

In al die maanden is ze één keer in een andere ruimte in contact met anderen geweest. Tijdens de begrafenis van haar opa, die COVID19 niet overleefd had. Haar oma kon niet bij de begrafenis aanwezig zijn omdat zijzelf nog in het ziekenhuis aan de zuurstof lag. Maar de pastoor, begrafenisondernemer en het gezin van haar tante waren er wel. Allemaal op extreem veel afstand van elkaar. De uitvaart van haar opa mocht niet tot die van haar moeder leiden.

Van de week vroeg ze of het etenstijd was. Nee, ze had geen honger, ze wilde weten of het voor andere mensen etenstijd was. Want dan was het vast rustiger in onze straat en zou ze dan misschien eventjes op de stoep voor het huis mogen fietsen. Ze had de hele dag steeds uit het raam gekeken en geconcludeerd dat het te druk was. Ze had niet eens gevraagd of het kon.

Beeld afkomstig uit Nieuwsuur

Oriana is niet alleen. Er zijn duizenden kinderen zoals zij die voor de veiligheid, om het leven van een ouder te redden, hun leven hebben moeten stilleggen. Hun ouders houden ze niet thuis omdat dat leuker of fijner of makkelijker is, maar omdat het alternatief ondenkbaar is. De keuze is thuis of risico, groot risico. Naar school of contact met vriendjes betekent dat ze het virus kunnen oplopen en meenemen. Dat ze hun ouder kunnen infecteren. Dat hun ouder daardoor nog extremere gezondheidsschade oploopt, of doodgaat.

Een dode ouder is erger dan een jaartje geen school. Sterker nog, mama kunnen knuffelen is al belangrijker dan vrijheid, zegt Oriana. Ze vertelde het aan Nieuwsuur. Ze wilde graag weer naar school maar mama knuffelen in belangrijker. Mama is belangrijker dan school. Dan vriendjes. Dan vrijheid.

De enige manier waarop mama weer veilig wordt en Oriana dus weer naar school kan, is als mama een vaccin krijgt. En wel het juiste vaccin.

Tekst gaat verder onder deze video

Ik ben Valerie, de mama van Oriana. Ik ben nierpatiënt.  Sinds 11 maart heb ik wel contact met de buitenwereld gehad. De eerste 8 maanden zo’n een keer per maand, maar nu wekelijks. Bloedprikken lukt namelijk niet via de videoverbinding met het ziekenhuis. En de operatie om mijn dialysekatheter te plaatsen kon ook al niet telefonisch. Ik ga met zelfbetaalde FFP2 of FFP3 maskers naar het ziekenhuis toe omdat ik koste wat het kost wil voorkomen dat ik besmet raak. Dat ik Oriana voor niks thuishou al die tijd. De maskers zijn duur, maar ze zijn het waard.

Beeld afkomstig uit Nieuwsuur

Als eindstadium nierpatiënt hoor ik tot de officiële categorie risicopatiënten. Zelfs het RIVM telt mij als kwetsbare, dan moet het dus echt wel erg zijn. Ik had afgelopen jaar getransplanteerd moeten worden, maar ja, Covid19 stelde zorg uit en nu zit ik toch met een dialysekatheter in mijn buik. Leuk is anders.

Als kwetsbaarste groep zou ik als een van de eersten aan de beurt moeten zijn voor het vaccin. Maar inmiddels vindt half Nederland dat ze wel voorrang op mij verdienen. Eerst de mensen in de acute zorg. Daar kon ik nog wel inkomen. Toen ook de huisartsen, pffff, ok. En toen riepen de apothekers, topsporters, politieagenten, BOA’s, supermarktmedewerkers, leraren, OV-medewerkers en eigenlijk gewoon iedereen die op de een-of-andere manier verenigd is, dat ook zij voorrang verdienden.

De kwetsbaren werden vergeten. Ok, de ouderen, daar moesten we aan blijven denken. Dat vond ook de Tweede Kamer, ook het kabinet. Maar die jonge kwetsbaren. Het lijkt er op dat ze vergeten zijn dat we bestaan.

In de vaccinatieplanning staan we wel genoemd. We zijn de eersten die de groep C vaccins mogen. Een groep vaccins waarvan de effectiviteit en veiligheid nog helemaal niet bekend is. Waarvan het nog helemaal niet duidelijk is of en wanneer die toegelaten worden, en het belangrijkste, die helemaal niet op kwetsbare groepen getest is. Op nierpatiënten als ik is alleen het Pfizer vaccin getest. Maar die mogen we niet. Die is voor de zorg. En de ouderen. Nouja, sommige ouderen. Als er wat overblijft.

Bestaan wij nog? Besta ik nog volgens de schema’s, volgens de planning? Heb ik bestaansrecht in Nederland? Heeft Oriana bestaansrecht in Nederland? Of willen we dat een lief, slim, grappig paardenmeisje haar leven tussen muren slijt?

Oriana bestaat. Ik besta. Mijn man bestaat, die zit ook vast om mij te beschermen. Ik ben een 41-jarige vrouw met een 7-jarige dochter die met haar gezin al 300 dagen gevangen zit.

Dat is Nederland.

Valerie van de Flier
@vvdf020

Politieke spelletjes met kinderen

Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is. Kinderen en jongeren zagen opvallend vaak de positieve kant van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af.

Vaak brengen rampen het beste in de mens naar boven. Mensen proberen elkaar te redden, te beschermen en te helpen. Aan het begin van de uitbraken in westerse landen las ik daar het ene lyrische stuk na het andere over. Over hoe de pandemie de mensheid voorgoed zou veranderen, onze manier van samenleven zou op een natuurlijke manier verbeteren, de wereld zou er alleen maar beter op worden. Tja. Rampen leggen haarfijn bloot wie we werkelijk zijn.

Even leek het erop dat de pandemie ons ‘beter’ zou maken. Even. Want al ruim een maand later, in april, sloeg de eerste schrik om naar dwang en drang: het samenleven moest zo snel mogelijk weer terug naar normaal. Nederland stond ergens vooraan in de rij. Eén van de eerste discussies? De kinderen. Instinctief zou je denken: dat is gek, er is een ramp van wereldformaat, er gaat een nog onbekend virus rond, de kinderen…die zouden we toch als eerste moeten willen beschermen.

Het tegenovergestelde was waar. We hebben allemaal van dichtbij kunnen zien hoe diep politiek en wetenschap met elkaar verweven raakten. Dat lag en ligt er duimendik bovenop. Maar als het om kinderen gaat, geloven we blijkbaar liever in de grootst mogelijke onzin. Naar school, ook al weet niemand ècht hoe veilig of onveilig het is.

RIVM onderzocht hoe besmettelijk kinderen waren, terwijl ze thuis zaten

Tijdens de eerste golf vroeg de Nederlandse overheid het RIVM te onderzoeken hoe het dan precies zat met die kinderen en hun bevattelijkheid voor SARS-CoV-2. En terwijl het in de Verenigde Staten flink mis ging onder de kinderen, in Indonesië het ene na het andere kind stierf, kwam het RIVM met een – tja, hoe moet je het eigenlijk noemen – ‘onderzoek’ onder kinderen (voornamelijk) van positief geteste zorgmedewerkers in Utrecht. De scholen waren gesloten, uitbraakgebied Brabant waar veel kinderen ziek werden werd uitgesloten van het onderzoek en de kinderen in Utrecht leefden in hoge mate geïsoleerd van de samenleving. Het zal dan ook geen grote verrassing zijn dat het RIVM tot de conclusie kwam: kinderen raken wel besmet, maar in veel mindere mate dan volwassenen en zijn zelden tot nooit het eerste geval binnen een huishouden. Niet zo gek als één van je ouders in de zorg werkt en daar zeker in de eerste golf veel medewerkers besmet raakten. Conclusie van het RIVM: “Kinderen dragen coronavirus nauwelijks over.” Dat zo’n onderzoek verre van wetenschappelijk is, dat hoef je een kind nog niet uit te leggen, maar opdrachtgever VWS vond het allang best. Het kwam de politiek handig uit.

Eind april maakte Ann Vossen in het programma van Eva Jinek duidelijk dat het juist de bedoeling was dat het virus zich zou blijven verspreiden, ook via de kinderen en de crèches. En dat geeft maar aan: ook in Nederland was het toen al niet onbekend dat kinderen bevattelijk en besmettelijk zijn. Onderwijsminister Slob hoefde de resultaten van dat RIVM ‘onderzoek’ dan ook niet af te wachten, het was een bewuste keuze om kinderen, ondanks alles, weer naar school te laten gaan. Dus dat gebeurde ook. Niet de al grote kinderen, maar de kleintjes. De kleintjes die op nul, niets, geen enkele manier voor hun eigen veiligheid en welzijn kunnen opkomen. Kleintjes die voor hun bescherming afhankelijk zijn van hun ouders, de school en de overheid.

Kinderen willen vooral een veilig en fijn thuis

Daar gingen ze begin mei, de kinderen. Als eersten weer de virussamenleving in, omdat kabinet, OMT en RIVM het risico aanvaardbaar vonden. Iedereen was er blij mee dat de kinderen weer naar school mochten, zo leek het. Schoolleiders en leerkrachten stonden te trappelen de kinderen weer te verwelkomen. (Thuis)werkende ouders haalden opgelucht adem. Zo. De eerste stap terug naar het oude normaal. Want dat was het eigenlijk hè? Als de kinderen niet naar school gaan, kan er niets terug naar normaal. En gelukkig maar, de meeste basisscholen zagen geen leerachterstanden door corona.

De Kinderombudsvrouw presenteerde een eerste beeld van hoe de kinderen de intelligente lockdown hadden ervaren en dat beeld was opvallend positief. “Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is”, hoewel bijna alle ondervraagde kinderen ook aangaven dat de spanningen waren toegenomen door de afgenomen bewegingsvrijheid. “Daar staat tegenover dat kinderen en jongeren opvallend vaak de positieve kant [zagen] van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af. Laat dit even goed tot je doordringen. Kinderen zagen opvallend vaak de positieve kant van de gevolgen van het coronabeleid. De stress in hun leven nam af. Print het uit, schrijf het op een post-it, hang het op de koelkast.

Intussen raakten in de Verenigde Staten veel kinderen besmet en kwamen er daar – in absolute aantallen – nog best veel kinderen in het ziekenhuis terecht. Bij hoge viruscirculatie bleek dat ook redelijk wat kinderen de ‘zeldzame’ complicatie MIS-C kregen. Maar Nederland is Nederland: uitsluitend gericht op eigen grondgebied. Hybride onderwijs was niet genoeg. Werkende ouders hadden last van thuislerende kinderen, dus hup, in juni moesten alle kinderen weer naar school. Onbeschermd. Zonder afstandsregels. Maar ook dat was niet genoeg, want toen klaagden de werkende ouders dat ze hun kind voor iedere snotneus op moesten komen halen en ho, dat kon de bedoeling niet zijn. Dus, naar school en opvang met die snotterende, kuchende kinderen.

Waarom er niet voor gekozen werd de snotterende kleintjes gewoon te testen bij symptomen, dat begrijp ik nog altijd niet. Teveel moeite? Geen zin in? Te duur? Of gaat dat af van de werktijd van de ouders? Een onbekend virus. Daar neem je toch geen risico’s mee? Dit gebeurde overigens allemaal terwijl Indonesië bekend maakte dat daar 28 kinderen waren gestorven aan COVID-19 en dat het er vermoedelijk zelfs meer dan 700 zouden zijn. Onder kinderen was er duidelijk wèl iets aan de hand. Och, wat niet weet wat niet deert. In Nederland haalde dit niet eens het nieuws.

Alles wat we moesten weten over kinderen en corona, was in mei al bekend

Maar wat was er dan eigenlijk wanneer bekend over covid bij kinderen? Begin mei was bekend dat kinderen vaak andere symptomen (vaak alleen darmklachten bijvoorbeeld) hebben dan volwassenen. Uit Bergamo kwam het verontrustende bericht dat er een link bestond tussen een vaak niet opgemerkte covid-infectie en een ernstige ontstekingsreactie bij kinderen (MIS-C). In de Verenigde Staten, in Frankrijk en ook in Nederland nam het aantal gevallen van deze ‘zeldzame’ aandoening bij hoge viruscirculatie in mei toe. Terwijl we er in Nederland vanuit gingen dat kleine kinderen nauwelijks besmet raakten met het coronavirus, waren er in Colorado uitbraken in kinderopvangcentra. En in Spanje, waar de kinderen na een strikte lockdown eind april mondjesmaat weer naar buiten mochten, zag men ook daar ineens een toename aan besmettingen onder kinderen.

Alles wat we moesten weten over kinderen en covid, was in mei eigenlijk al bekend. Tijdens een lockdown, raken kinderen nauwelijks besmet en besmetten zij hun gezinsleden nauwelijks. Dat is niet gek, aangezien ze dan ook in hoge mate geïsoleerd zijn van de samenleving en ouders vaker contacten hebben met personen buiten het huishouden dan de kinderen. In gebieden met veel transmissie, raken kinderen besmet en geven het virus door aan anderen. Ze raken zelf minder vaak en minder ernstig ziek, maar omdat ze vaker asymptomatisch besmet zijn en vaak meer intensieve contacten hebben (vooral met hun leeftijdsgenoten) geven ook zij het virus door. In welke mate? Afhankelijk van de besmettelijkheid van het individu.

In dezelfde periode raakte de rol van kinderen in de verspreiding van kinderen in hoge mate gepolitiseerd: uit onderzoeken in IJsland, Spanje en dat eigenaardige RIVM onderzoek in Nederland bleek dat kinderen minder vaak besmet raakten (allen tijdens lockdown), terwijl in Stockholm, England (VK), Zwitserland en Duitsland geen verschil werd gezien tussen kinderen en volwassenen. Begin juni vond men in Duitsland geen verschil in virale lading tussen kinderen en volwassenen.


In juni en juli steeds meer signalen: kinderen zijn bevattelijk èn besmettelijk

In juni publiceerde de gezondheidsorganisatie van Europa (het ECDC) een rapport waarin zij stelden dat besmetting op scholen weliswaar weinig voor leek te komen, maar dat onderzoeken uit Duitsland aantoonden dat kinderen (en zelfs pasgeboren baby’s) in een vroeg stadium van ziekte besmettelijk kunnen zijn en dat de viruslading bij kinderen jonger dan 5 zelfs hoger zou zijn dan bij oudere kinderen en volwassenen.

In Nederland was men nog altijd niet zo geïnteresseerd in de bevattelijkheid en besmettelijkheid van kinderen. Nederland liet als enige land ter wereld zelfs de kleintjes met snotneuzen naar opvang en school gaan. We zouden ’s werelds beste proeftuin zijn geweest, maar we besloten het ouders te ontmoedigen hun kinderen te laten testen en ook werden kinderen niet opgenomen in het bron- en contactonderzoek. Nederland wilde zelfs zo graag níet weten of kinderen het virus het huishouden binnenbrachten, dat ertoe besloten werd kinderen helemaal niet te testen als een van de ouders ook symptomen heeft.

In Zweden, waar de scholen open waren voor kinderen in de leeftijden 7 – 15 jaar, werden er representatieve tests gedaan en daar bleek in juni dat kinderen vaker besmet raakten (7,5%) dan volwassenen (6,5%) en dat significante verspreiding via scholen wel degelijk mogelijk leek.

Tijdens de zomervakantie kwam uit de Verenigde Staten het ene bericht na het andere over de bevattelijkheid en besmettelijkheid van kinderen. In Florida bleek bijna 1/3 van de geteste kinderen positief, werd er longschade gevonden in asymptomatische kinderen en kwamen er steeds meer kinderen in ziekenhuizen terecht. Uit Chicago kwam een studie waar uit bleek dat kinderen zelfs tijdens lockdown hun ouders hadden geïnfecteerd. In Texas raakten 894 personeelsleden van kinderdagverblijven en 441 kinderen besmet, verspreid over 883 centra. Half juli maakten in Californië en Mississippi kinderen 10% van alle besmettingen uit.

In Zuid-Korea ontdekte men dat oudere kinderen even besmettelijk zijn als volwassenen en dat open scholen een significante bijdrage hebben aan de verspreiding. In Colorado stierven eind juli twee kinderen aan MIS-C. In Texas raakten veel heel jonge kinderen (jonger dan 2 jaar) besmet. En ook in Duitsland was de verhouding van positief geteste kinderen gelijk aan hun aandeel in de bevolking. In Chicago ontdekte men dat kinderen jonger dan 5 jaar 10 tot 100 keer meer virus in hun neus hebben als volwassenen, maar onderzocht men niet of ze ook meer of efficiënter verspreiden. Uit een nieuwe analyse van de situatie in Wuhan bleek dat kinderen, omdat ze meer contacten hebben, toch evenveel mensen kunnen besmetten als volwassenen en uit een studie in Massachusettes bleek dat kinderen het virus zelfs kunnen verspreiden als ze zelf asymptomatisch zijn. Uit een (bekritiseerde) BCO studie in Trento Italië bleek dat kinderen jonger dan 14 het coronavirus bijna 2x ‘efficiënter’ verspreiden dan volwassenen en uit een andere studie uit Zuid-Korea bleek dat kinderen het virus soms tot wel 3 weken in hun neus bij zich dragen. In Tennessee raakten tussen 18 en 28 juli (in 10 dagen tijd dus) 2,258 kinderen besmet met het coronavirus. Over de hele Verenigde Staten zagen artsen steeds meer ernstig zieke kinderen. En tijdens een zomerkamp in Georgia, raakte 75% van de aanwezige kinderen besmet (leeftijd 6-19, 260 kinderen).

De gezondheidsdienst van de Verenigde Staten (het CDC) verklaarde begin augustus: kinderen van ALLE leeftijden zijn bevattelijk en besmettelijk en kunnen een belangrijke rol spelen in de verspreiding van SARS-CoV-2. Zij hadden er een bittere ervaring mee opgedaan. Twitter en Facebook verwijderden een video van Trump, waarin hij stelde dat kinderen bijna immuun zijn voor corona en een sterker immuunsysteem hebben, wegens misinformatie. Dat is typisch, als je je bedenkt dat dat in Nederland eigenlijk nog steeds de ‘wetenschappelijke’ visie is.

Open-dicht-open-dicht beleid

Half augustus, toen het aantal besmettingen in Nederland weer gestaag begon te groeien, was – voor wie de ontwikkelingen in de Verenigde Staten volgde – al voorspelbaar dat ook in Nederland problemen zouden ontstaan op de scholen. Want hoewel er binnen de wetenschap nog nergens consensus over was, stond als een paal boven water dat in gebieden met lage transmissie (bijvoorbeeld door lockdowns) kinderen nauwelijks een rol spelen in de verspreiding en in gebieden met hoge transmissie (bijvoorbeeld waar de scholen geopend waren) kinderen zeker een rol bleken te spelen, in welke mate? Daar was nog discussie over. Daarom was het beter geweest de scholen te openen met de nodige voorzorgsmaatregelen. Nederland stond er niet voor open. Te moeilijk voor Nederlandse kinderen. Waarom het in Nederland precies te moeilijk is om voorzorgsmaatregelen te treffen en de veiligheid van kinderen, leerkrachten en hun familieleden voorop te zetten? Geen idee. In Nairobi kan het immers ook, om maar een voorbeeld te noemen.

Terwijl Jaap van Dissel steeds benadrukte dat kinderen en scholen geen risico vormden voor vesrpreiding, hadden andere OMT-leden daar andere ideeën over. Zo legde Gommers op Nu.nl uit dat scholieren het virus wel degelijk overdragen en pleitten OMT-leden Bruijning en Illy voor voorzorgsmaatregelen op scholen.

Vanaf eind september ging het overal in Europa hard op de scholen. Met name op middelbare scholen werden steeds vaker clusters gevonden. In Israël ging het tot twee keer toe mis met geopende scholen en bewees men tot twee keer toe: het sluiten van scholen helpt het meest om de R snel drastisch omlaag te brengen. In Nederland kwam de herfstvakantie net op tijd om een zwart scenario in de ziekenhuizen te voorkomen. Die ene week schoolvrij maakte een knip in de verspreiding.

Adviezen om de herfstvakantie te verlengen met een week zodat er ten minste 2 incubatieduren overbrugd zouden worden om daadwerkelijk een harde knip in de transmissie te geven, werden door het kabinet genegeerd. België verlengde de herfstvakantie wel en plukt daar nog altijd de vruchten van. Frankrijk en Oostenrijk hadden een vergelijkbare lockdown in november. Oostenrijk sloot alle scholen, Frankrijk niet. Nederland en het Verenigd Koninkrijk hielden de scholen open zonder voorzorgsmaatregelen en Nederland had als enige land een beleid waarbij kinderen jongeren dan 6 jaar met verkoudheidsklachten naar school en opvang mochten. De verschillen zijn duidelijk zichtbaar. Ook met de ‘oude variant” of zoals ze dat noemen ‘het ‘wilde type’.

Wat de Verenigde Staten in juli al wisten, begon in Europa langzaam door te dringen: kinderen spelen wel degelijk een rol in de verspreiding. Christian Drosten, adviseur van Angela Merkel, waarschuwde er in november voor dat het inmiddels wetenschappelijk duidelijk was dat zonder maatregelen, het virus zich explosief zou verspreiden in scholen. En in het Verenigd Koninkrijk was er blijkbaar eerst onderzoek van eigen bodem nodig om te weten wat Zuid-Korea in juli al wist: het virus wordt voornamelijk verspreid door kinderen die besmet zijn (70%), maar geen symptomen hebben. En het Amerikaanse CDC bevestigde in november met een nieuwe studie nogmaals: binnen huishoudens besmetten kinderen en ouders elkaar.

De nieuwe variant

Met die nieuwe variant die ook ontdekt werd bij een uitbraak op een Nederlandse basisschool, zou je denken dat het inmiddels ook in Nederland is doorgedrongen dat fysiek onderwijs in scholen, zonder voorzorgsmaatregelen een explosie aan nieuwe gevallen veroorzaakt. Niets is minder waar. In Nederland houdt men vast aan het oude beeld en beweert professor Annemarie van Rossum dat voor de oude variant data uit de hele wereld in 1 richting wijzen, namelijk dat er “vele malen minder transmissie is onder kinderen en van kinderen naar volwassenen”. “Geen ontkenning, maar op basis van veel data.” En ja, onderzoeken met dat soort data zijn inderdaad gepubliceerd. Er zijn, zoals in dit stuk aangehaald, ook vele onderzoeken gepubliceerd met hele andere data. En deden verschillende landen al veel ervaring op met die oude variant en de besmettelijkheid van kinderen.

Voor Nederland maakt het niets uit. We zullen het eerst moeten zien, op eigen bodem. Dat wij kinderen nauwelijks testen, zal veel helpen om het gewenste, oude beeld nogmaals te bevestigen. Wie niet zoekt, zal niet vinden, immers. En als 70% van de kinderen besmettelijk is zonder symptomen te hebben, dan wordt het sowieso heel lastig te achterhalen waar besmettingen vandaan komen. En dat blijkt dan ook wel uit het fantastische succes van ons bron- en contactonderzoek, want zelfs in perioden van heel lage transmissie kan meer dan de helft van de besmettingsbronnen niet worden achterhaald.

Maar goed, de nieuwe variant dus. Volgens minister De Jonge zou de Britse coronavariant zich dan wèl verspreiden onder kinderen. Ergens denk je, laat maar, zolang ze inzien dat kinderen een rol spelen is alles goed. Ook al komt zo’n nieuwe variant politiek gezien goed uit, het moet dan maar. Aan de andere kant: nee. Kinderen speelden altijd al een rol in de verspreiding en als een mutant besmettelijker is, dan worden kinderen ook besmettelijker. Des te meer reden om de situatie op scholen serieus te nemen. Om voorzorgsmaatregelen te nemen. Maar die reden bestond al met de oude variant. Ook nu er nog examenleerlingen naar school gaan en in sommige steden de kinderen van de groepen 8 nog naar school gaan, bijvoorbeeld. Het Verenigd Koninkrijk heeft inmiddels een landelijke lockdown afgekondigd tot half februari. Met de nieuwe mutant gaat het heel snel. In Nederland is de druk op de zorg ook ongekend hoog en dat terwijl de nieuwe mutant hier nog niet eens dominant is. Op welke ramp willen we afstevenen? En waarom praten we niet nu al over welke maatregelen op welk moment noodzakelijk zijn om fysiek onderwijs te geven aan kinderen, waarbij hun veiligheid, dat van de leerkrachten en hun familieleden op de eerste plaats staan?

Gedram over leerachterstanden

In Duitsland pleiten kinderartsen voor meer voorzorgsmaatregelen zodat lessen op school zo snel mogelijk weer doorgang kunnen vinden. In het Verenigd Koninkrijk vindt de grootste vakbond voor leerkrachten het ‘roekeloos’ de scholen te openen bij hoge viruscirculatie. Ook in Ierland wil de een na grootste vakbond het liefst dat de scholen voorlopig gesloten blijven. In Nederland pleit de kleinste vakbond Leraren in Actie al langer voor veilig onderwijs en bij de huidige hoge viruscirculatie voor sluiting van alle onderwijs. Ook vakbond Aob plaatste een oproep aan de minister om de examenleerlingen voorlopig online les te geven. Vakbond CNV lijkt zich liever helemaal op de vlakte te willen houden.

Misschien niet helemaal verwonderlijk dat deze vakbond het lef niet heeft op de strepen te gaan staan. Er is behoorlijk wat tegenwind in de politieke lobby rond de scholen. Zo pleit de vaste OMT adviseur/voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Kinderartsen er met 31 ‘onderwijsdeskundigen’ voor de kinderen zonder extra voorzorgsmaatregelen zo snel mogelijk weer naar de basisschool te laten gaan. En wie kan de strijd met een OMT-lid winnen? Dat is eigenlijk een wedstrijd armpje drukken tussen Klein Duimpje en de Reus. We hebben aan de vaccinatielobby van Gommers gezien dat actievoerende OMT’ers krijgen wat ze willen. Ga er maar aanstaan.

Dat kinderen meer behoeften hebben dan alleen fysiek onderwijs in een onderwijsinstelling en dat zij niet geïsoleerd zijn van de oudere generaties, heb ik hier en hier uitgebreid uitgelegd. Maar nu toch nog even over die leerachterstanden. Sinds het begin van het schooljaar gaat er geen week voorbij of de media maken melding van enorme leerachterstanden en de vreselijke thuissituaties waarin ‘de’ kinderen zich bevinden. Er kwam zelfs een mooi internationaal onderzoek waaruit bleek dat echt ALLE kinderen tijdens lockdowns enorme leerachterstanden zouden hebben opgelopen. Belangrijkste basis voor het onderzoek: de gegevens van het Nederlandse CITO. Nou. Daar heb ik wel iets over te zeggen. Want ook mijn dochter van 11 zou leerachterstand hebben opgelopen volgens diezelfde CITO. En klopt dat? Van geen kant. Kijkt u maar mee. Ze groeide juist enorm. En toch kreeg ik een brief dat ze bijles moest volgen. Op de donderdagmiddagen. Tijdens haar lunchpauze. Geen bijles bijles. Nee, een ‘strategie training’. Geld in de vuilnisbak dus, want uit haar resultaten blijkt wel dat ze met het thuisonderwijs eindelijk een effectieve strategie heeft gevonden.

Ik zeg niet dat leerachterstanden geen probleem zouden vormen. Het zal ongetwijfeld. Maar voor ALLE leerlingen? Nee. En kan je dat oplossen met cursussen mindfulness en strategietraining? Daar geloof ik echt helemaal niets van. Dat de scholen 900 euro per leerling aan subsidie kregen, heeft ongetwijfeld meegespeeld bij de selectie van de zogenaamde achterstandsleerlingen. Of misschien is er iets geks met het Leerling Volg Systeem. Of met CITO. Want in het geval van mijn dochter klopt het niet. En ook van vele andere ouders hoorde ik dit verhaal. Allemaal uit dezelfde gemeente, overigens. Voorlopige conclusie van mijn mini-onderzoekje: sommige scholen hebben alle leerlingen van bepaalde leerjaren aangemerkt met ‘leerachterstand’, ook als dat er niet was. En vraagt u nou eens echt goed na bij al die scholen wat voor soort bijlessen ze hebben ingekocht voor die 900 euro per leerling. Ik heb nog geen enkele leerling gehoord die er daadwerkelijk door bijgespijkerd wordt, maar dat kan natuurlijk ook een gebrek in mijn onderzoeksnetwerk zijn. Ik zou die cijfers wel graag boven tafel zien.

Ik ga uit van goede bedoelingen in het onderwijs hoor, maar de tearjerker dat het zo erg gesteld is met onze kinderen, nee, dat kan gewoonweg niet kloppen. Het is ook niet eerlijk ten opzichte van de kinderen die geen leerachterstand hebben opgelopen, voor de kinderen die juist extra aandacht zouden kunnen gebruiken en daar nu weer niet optimaal gebruik van kunnen maken en bovendien zonde van het geld. Van die bedragen had je misschien voor alle leerlingen een laptop kunnen aanschaffen om thuis goed mee te kunnen werken als scholen weer (tijdelijk) moeten sluiten. Of een extra leerjaar zonder stigma en consequenties. Of andere out of the box oplossingen waar ze wérkelijk iets aan zouden hebben.

Echt veel kinderen hebben het slecht thuis

Een ander veelgehoord argument om de scholen toch open te laten, koste wat het kost, is dat vele, vele kinderen het thuis zo ontzettend slecht zouden hebben. Ook dat lijkt me niet eerlijk ten opzichte van deze generatie kinderen. Niet voor de grote meerderheid van de kinderen die gewoon een fijn thuis heeft, maar al helemaal niet voor de kinderen die het thuis echt moeilijk hebben. Is les op school de enige vorm van ondersteuning die we die kinderen te bieden hebben? Of kijk je verder dan je neus lang is en pak je deze kinderen eindelijk eens écht op? Want na schooltijd zijn ze gewoon thuis, tijdens zo’n zelfde strenge lockdown en blijven de zorgen, de stress en dezelfde rotsituatie. Dit is een relatief kleine groep kinderen. Als we daar echt, oprecht zorgen om hadden, zouden we hun lot niet op alle kinderen plakken, ze ondersteunen op alle mogelijke manieren en juist voor hen zorgen dat onderwijs op school op een veilige manier doorgang kan vinden.

En dan wil ik ook nog even die post-it op de koelkast ter herinnering brengen: “Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is”, hoewel bijna alle ondervraagde kinderen ook aangaven dat de spanningen waren toegenomen door de afgenomen bewegingsvrijheid. “Daar staat tegenover dat kinderen en jongeren opvallend vaak de positieve kant [zagen] van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af. Onze kinderen willen een veilig en fijn thuis. Een veilig thuis is een gezond thuis in een functionerende samenleving, waar oog is voor alle behoeften die kinderen hebben.

Hoe zou u het vinden als u alleen nog naar uw werk mocht, er verder niets te doen was en u daarnaast steeds te horen zou krijgen dat uw generatie verloren is, u het allemaal niet goed meer kan doen want; achterstanden. Tijdens een pandemie. Tijdens de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Wat is de boodschap die we onze kinderen brengen? Dat ze moeten presteren, wat er ook gebeurt? Dat presteren het enige belangrijke in het leven is? Dat we maling hebben aan al hun andere behoeften? Dat we weten dat scholen bijdragen aan verspreiding en er mede aan bijdragen dat lockdowns langer duren, maar dat we het belangrijker vinden dat ze les krijgen op school, dan dat we ze andere dingen in het leven gunnen?

Als het ons echt om het welzijn van kinderen ging, dan zouden we andere oplossingen bedenken. Dan zouden we kosten noch moeite sparen om ze die zogenaamde verloren jaren in te laten halen. Dan zouden we er oog voor hebben dat ze momenteel ook een heel waardevolle ontwikkeling doormaken buiten schoolwerk om. En dan zouden we er oog voor hebben dat ons onwrikbaar geloof in en verlangen naar het oude normaal het grote probleem is van de coronapandemie. Niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de wereld. Wij willen werkelijk helemaal niets hoeven aanpassen aan veranderende omstandigheden. We drammen door. We eisen. We willen maar van alles. Als we maar niets hoeven opgeven. Alles moet terug naar normaal. Nu. Ook al offeren we daar onze kinderen voor op.

Verloren generatie

We leggen een loden last op de schouders van onze kinderen. De kosten, die mogen zij straks ook nog betalen. En niet alleen zij. Of niet vooral zij. Want de werkelijke rekening, en dat weten we allemaal best, die komt te liggen bij de kinderen in arme landen. Landen in Afrika die het nu zoveel beter doen in de bestrijding dan wij. Die enorme offers moeten brengen om corona buiten de landsgrenzen te houden. Waar de hongersnoden al heel dichtbij zijn, omdat de wereldeconomie er slecht voor staat. Landen waar er voor kinderen werkelijk enorme consequenties vastzitten aan het onderbreken van onderwijs. Waar ouders de zorg voor die kinderen niet nog een jaar extra kunnen opbrengen. Waar schoolmeisjes tijdens lockdowns op jonge leeftijd zwanger worden, omdat ze hun lichaam verkopen om maar te kunnen eten. Wil je weten waar er door de pandemie echt een verloren generatie kinderen ontstaat? Kijk dan naar Afrika. Lees dit artikel in de New York Times. En vraag je dan af: zo’n rijk land als Nederland, zou zo’n land niet meer z’n best kunnen doen om dit virus te bestrijden? Andere oplossingen te zoeken om leerachterstanden later alsnog in te lopen? Kinderen te voorzien van laptops zodat ze mee kunnen doen met digitale lessen?

En misschien zouden de drammende ouders van die kinderen kunnen nadenken waar ze mee bezig zijn. “Kinderen vinden het vooral fijn als hun ouders wat meer tijd voor ze hebben.” Is het echt nodig om naar feestachtige demonstraties te gaan? Is het nodig om mensen te besmetten als je weet dat de pandemie zo alleen maar langer duurt en je er eigenlijk schuldig aan bent dat de scholen nu weer sluiten? En aan burgemeester Jan van Zanen van Den Haag, bijvoorbeeld: vindt u het echt normaal dat de kinderen nog langer thuiszitten omdat u een feestje op het Malieveld wel een goed idee vindt? Dat zij nu geen verjaardagsfeestje kunnen vieren? Dat ze geen kerst en geen oud en nieuw konden vieren? Dat ze geen uitvoeringen en musicals hebben? Waarschijnlijk niet op schoolreisje of kamp gaan dit jaar? Al die leuke dingen aan de schooltijd die echt een grote rol spelen in de ontwikkeling van kinderen, maar waar niemand oog voor lijkt te hebben. Heeft u daar eigenlijk bij stilgestaan?

Hoezeer ik ook vind dat het roekeloos is scholen open te laten bij hoge viruscirculatie, vind ik het volstrekte waanzin dat er dan nog feestjes voor drammende volwassenen gegeven mogen worden. Op kosten van de gemeenschap. Dat moet stoppen. En premier Rutte, vindt u het normaal dat onze kinderen nu thuis op het leven zitten te wachten, tijdens een peperdure lockdown, en dat het kabinet gewoon (weer!) met reces gaat? Dat het nog bizar druk is op de wegen en op straat? Dat mensen gewoon schijt blijven houden aan de coronaregels en dat uw kabinet niet eens investeert in simpele dingen als zeg…voorlichting? Dat u gewoon niets doet totdat het allemaal uit de hand loopt, dan de voordeur op slot gooit, de achterdeur wagenwijd openzet en zelf even ‘niet meer meedoet’?

Een lockdown zou een tijd van handhaving moeten zijn, van voorbereiding op veilige heropening van de samenleving én de scholen. Een tijd waarin plannen en strategieën worden herzien. In Den-Haag gebeurt er, behalve feesten, niets. U zadelt niet alleen Nederland en de Nederlandse kinderen op met een hoop ellende, maar ook kinderen in arme landen, die straks achteraan staan bij de vaccins en in ruil voor dure deals om de grondstoffen misschien wat noodhulp kunnen krijgen. Misschien kunnen de Nederlandse kinderen dan wel weer leuke sponsorloopjes houden, of postzegeltjes verkopen. Is alles toch weer terug bij het oude, nietwaar? Inderdaad. Rampen leggen haarfijn bloot wie we werkelijk zijn.

P.s. Als laatste nog een kleine waarschuwing. De ontstekingsreactie MIS-C treedt bij kinderen op 6 tot 8 weken na besmetting, vaak zonder dat het kind symptomen heeft gehad. De aandoening kan levensbedreigend zijn als niet tijdig medische zorg gezocht wordt. Volgens het RIVM komt deze complicatie vooral in het buitenland voor, maar in Nederland hebben tot nu toe al zo’n 50 kinderen deze ontstekingsreactie gehad. Zorg ervoor dat je de symptomenlijst van binnen en van buiten kent. Die kan je vinden op de site van de WHO of van het ECDC. Vind je engels moeilijk? Plak dan de hyperlink van de site in translate.google.com en je kan alles gewoon in het Nederlands lezen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Sleutelmomenten

Laatste dag van 2020. De sleutelmomenten van Jaap van Dissel, die het AD artikel vandaag beschrijft, zijn voor mij ook een sleutelmoment. Want wat eens te meer naar voren komt: er zal niets aan het coronabeleid veranderen. De visie is er gewoon niet.

Vandaag precies een jaar geleden, op 31 december 2019, werd de Chinese Country Office van de WHO geïnformeerd over het nieuwe SARS Corona Virus 2. Wat de uitkomsten van de reconstructies in de toekomst ook mogen uitwijzen, één ding is duidelijk: de Chinese autoriteiten grepen te laat in. En al vrij snel was ook duidelijk hoe het virus succesvol bestreden kon worden: voldoende afstand tussen mensen was noodzakelijk, mondneusmaskers zouden wellicht helpen, hygiëne helpt, maar bovenal: (potentiële) dragers moeten in quarantaine om verdere verspreiding te voorkomen. Lockdowns volgden, waarbij iedereen – ook niet besmette personen – in quarantaine werden gezet. De reden: als je geen zicht hebt op verspreiding, kan iedereen potentieel drager van het virus zijn. Als je dat niet bij kunt benen met testen, traceren en isoleren van individuele gevallen, zit er niets anders op dan iedereen van elkaar te isoleren. Daarna volgde een zeer intensief testbeleid, waardoor China vrij snel zicht kreeg op de verspreiding en die met de hamer kapot kon slaan. Crushing the curve.

De rigoureuze aanpak van China werd in westerse landen met afschuw bekeken. Maar het werkte. Want welke verwijten je China ook mag maken: in vergelijking met ons, hadden ze de situatie relatief snel onder controle. Na 76 dagen lockdown ging Wuhan, waar de pandemie officieel begon, weer langzaam terug naar normaal. En sinds augustus functioneert daar alles weer (vrijwel) als vanouds.

Toen Nederland nog moest beginnen aan de bestrijding, was de succesformule dus al bijna kant en klaar. Groot was mijn verbazing dan ook dat Nederland het radicaal anders ging doen. Ik kan me nog bijna ieder woord van de toespraak van Rutte op 16 maart herinneren. Maar het woord dat nog steeds hard nadreunt en maar door blijft echoën in mijn hoofd: groepsimmuniteit. Nog verbaasder was ik misschien over het gejubel in de kranten en onder de bevolking over die onmenselijke strategie. Begreep Nederland het eigenlijk wel, wat dat zou betekenen: groepsimmuniteit? Dat mensen zo ontzettend enthousiast raakten van de mededeling dat we allemaal ziek moesten worden en dus besmet raken met een nog onbekend virus, als ik eraan terugdenk, ik kan het nog altijd niet plaatsen.

Dat absurde plan om voor groepsimmuniteit te gaan heb ik eerder geanalyseerd, dus dat laat ik hier verder onbesproken. Wel duidelijk is inmiddels dat Nederland de bestrijding begon met de verkeerde aanpak. En gaandeweg is het moeilijk gebleken die strategie daadwerkelijk te veranderen. Het bleek zelfs taboe om ‘groepsimmuniteit’ nog aan te kaarten. Jaap van Dissel vertelde er enthousiast over in Nieuwsuur, Patricia Bruijning in EenVandaag en Ann Vossen deed dat – zelfs nadat het kabinet officieel al van die strategie afgestapt was – eind april nog bij Jinek. Allemaal mensen die het kabinet adviseren. Mensen die Nederland indirect geregeerd hebben in 2020. Als Ann Vossen – vast OMT-lid en dus dicht bij het vuur – in april nog uitlegt dat groepsimmuniteit bereiken via de kinderen wenselijk is, stoppen we onze vingers in onze oren. We willen het niet horen. Zal ze vast niet zo bedoelen. Rutte heeft gezegd dat groepsimmuniteit niet het doel is en dus is het zo.

Gek genoeg staat niet het beleid – dat officieel dan wel gewijzigd was maar officieus eigenlijk niet – ter discussie, maar staan juist personen ter discussie die zich daar tegen uitspreken. In De Groene schreef Jop de Vrieze een mooi artikel over de rare twists in het coronadebat in Nederland en hoe het een taboe is geworden om uit te spreken dat Nederland nog altijd niet werkelijk is afgeweken van het groepsimmuniteitsbeleid en is wijzen op de succesvolle aanpak van containment in landen waar corona daadwerkelijk is bestreden, verworden tot activisme.

Mensen als Jaap Stronks en Michael Blok en de aanhangers van containment.nu die de strategie als een van de weinigen durfden te blijven bevragen, werden verguisd en in het verdomhoekje gezet. Het was zelfs zo erg, dat ik op het social media platform Twitter in mijn berichtenbox waarschuwingen kreeg niet te reageren op tweets van mensen verbonden aan containment.nu, om mijn eigen reputatie niet te besmetten. Volslagen idioot, want hoewel de toon van containment.nu vaak tegen zere schenen is, is de boodschap valide: Nederland zet niet in op bestrijding van het virus.

In de Nederlandse aanpak voerde semantiek dit afgelopen jaar sowieso de boventoon, misschien is het daarom niet verwonderlijk dat het in het debat ook vrijwel altijd over de toon gaat en nooit over de inhoud. Hoe dan ook: de boodschap landt nergens. In de media veel aandacht voor ‘dor hout’ en de tweestromensamenleving, vrijheid, jongere generaties de ruimte geven, maar zelden of nooit over groepsimmuniteit of de strategie. Aparter misschien is het dat het keer op keer weer Volkskrant redacteuren en columnisten zijn die bovenop iedereen zitten die kritisch naar het beleid en de strategie kijken. Als collega-journalisten kritisch zijn, zit er direct een Volkskrant redacteur in hun nek om hun integriteit en reputatie te beschadigen en ook RedTeam leden en mijn eigen persoon hebben er aan moeten geloven. Met Twitterlobby’s om deze critici in twijfel te trekken, snoerden zij al vaker journalisten en onafhankelijke experts de mond.

De Volkskrantmannen maken uit wie een échte expert is, of wie wetenschapper is, of wie adviseur. Om hun definities te rechtvaardigen, hebben ze het hele woordenboek nodig. Wie expert, adviseur of wetenschapper is, komt opvallend overeen met de wetenschappers die zij toevallig in de eigen rolodex terug kunnen vinden. En een mooie academische titel staat blijkbaar garant voor ‘waarheid’. Ik vraag me af: zouden deze journalisten de politiek binnen universiteiten wel in de smiezen hebben? Lang verhaal kort: wie onder de definitie ‘expert’ valt, dat maakt de Volkskrant uit. Op welke basis? Wetenschap? Was het maar waar. Want er is veel ‘wetenschap’ over SARS-CoV2 en is iedere dag in ontwikkeling, de wetenschapsjournalist maakt hier zelf een selectie uit. Hoe? Dat schijnt iets te maken te hebben met ‘achter de kabinetsaanpak staan’.

Ikzelf kreeg de brandende Volkskrant-toorts op me gericht omdat ik het waagde een blog van Maurice de Hond aan te halen om te laten zien wat kwalijke consequenties kunnen zijn van onduidelijk beleid en de houding van Cib-baas Jaap van Dissel. De ongelukkige uitspraken van de Cib-baas zijn vaak koren op de molen van complotdenkers. Als je daar op wijst, diskwalificeer je jezelf, blijkbaar. Maar zo kreeg ik daarna ook van anderen de waarschuwing dat ik niet mocht discussiëren met bepaalde personen, me er niet over mocht uitlaten, of er zelfs niet naar mocht verwijzen. Dat is gek, want als antropoloog zou ik een open blik moeten houden op alle spelers, ook de zogenoemde ‘complotwappies’. Waarom? Wat complotdenken in crisistijd zo aantrekkelijk maakt, is nu juist dat die complotten net genoeg waarheid bevatten om aannemelijk te zijn. In Sierra Leone deed ik daar tijdens ebola onderzoek naar en leerde al snel dat het goed is om te weten welke waarheden gebruikt worden, welke zwakke punten in het beleid ze aankaarten en hoe je die kunt verbeteren. Het biedt eigenlijk essentiële informatie over de tekortkomingen in beleid, communicatie en voorlichting. Alles wat je nodig hebt om gedrag doeltreffend te veranderen en te blijven bijsturen.

In Nederland willen we dat eigenlijk helemaal niet weten, heb ik in 2020 geleerd. Rutte zet beleid uit, we weten allemaal dat het fout is, we zwijgen en roepen ach en wee als het later uitkomt. Verontwaardiging! Toen het rapport ‘Ongekend onrecht’ over de kinderopvangtoeslagaffaire uitkwam, bleek hoe ontzettend groot die verontwaardiging in de samenleving was: de dag erna steeg de VVD – alweer – in de peilingen.

We wijzen haast neerbuigend naar landen als China. Wij kunnen corona niet bestrijden zoals China dat doet want ‘vrije democratie’ en dat wat wij doen is sowieso beter dan wat het slechte China doet. Jaja. Dat is maar zoals het uitkomt blijkbaar. Want intussen is er in China al sinds augustus meer vrijheid dan in Nederland, waar we van intelligente lockdown, naar gedeeltelijke lockdown, naar tamelijk totale lockdowns zijn gestrompeld, met heel veel meer zieken, doden en schade. Bovendien gaat het helemaal niet om het kopiëren van het autoritaire systeem, maar het overnemen van de succesvolle instrumenten van het TTI: Testen, Traceren, Isoleren.

Maar nu we het toch over onvrijheid en ondemocratische systemen hebben: hoe democratisch is Nederland eigenlijk gebleken? Wij blijken onder de nevel van de ‘Rutte doctrine’ te leven. De Rutte doctrine die ten eerste ongrondwettig is en ten tweede weinig te maken heeft met een democratische rechtsstaat. Maar veel meer dan een opgetrokken wenkbrauw brengt het nieuws over het bestaan van die doctrine niet teweeg. We accepteren het stilzwijgend. Want de Rutte doctrine gaat onverminderd door. Niet alleen de gewobte documenten over de kinderopvangtoeslagen staan vol met zwarte lak, ook in de documenten over de corona aanpak is de zwarte lak lustig gehanteerd. Geen haan die er naar kraait. Best gek, want wat zou er nou helemaal geheim kunnen of mogen zijn aan de corona aanpak die al onze levens kei- en keihard raakt? Zelfs de oppositie lijkt niet te willen weten wat het kabinet eigenlijk bedoelt met ‘gecontroleerd uitrazen’ en waarom de documenten over de door het RIVM uitgewerkte scenario’s onleesbaar zijn door de zwarte lak.

Niemand weet wat de strategie is, wat daar door wie over besproken is, wat de alternatieve scenario’s waren en waarom daar niet voor gekozen is, maar één ding weten we zeker: hoewel alles erop wijst dat groepsimmuniteit door infecties nog altijd wordt nagestreefd, is de strategie allesbehalve groepsimmuniteit. Nou. Nog maar een keer dan. De strategie is groepsimmuniteit, door infecties of eventueel vaccinatie. Bron: Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) RIVM 2020.

Als we kijken naar de sleutelmomenten van Jaap van Dissel, kunnen we al voorspellen dat de toekomstvisie niet gewijzigd is. Nederland blijft streven naar groepsimmuniteit. Als bij-effect of als doel, dat maakt eigenlijk maar weinig uit. Het zal langzamer moeten, want Van Dissel signaleert dat eerder ingrijpen als besmettingen stijgen misschien wel goed is. De signaalwaarden gaan in ieder geval omlaag, in de hoop dat het dan niet meer zo uitnodigt om die te overschrijden. Míjn signaalwaarde is er op tilt van geslagen. Niets, maar dan ook niets heeft zin. Zoals Rutte het 16 maart al zei: velen van ons zullen ziek worden. Dat dat ook voor onze kinderen geldt, maakt – als ik op de verbeten reacties die ik telkens als ik over de scholen begin via twitter en via het contactformulier op mijn site krijg – velen echt helemaal niets uit. “Door jou zit ik straks weer maanden met mijn kinderen opgescheept!” Tja. Nederland wil het blijkbaar zo. En wat onethisch is, dat vegen we gewoon onder het kleed. Net als de kinderopvangtoeslagaffaire. Weg ermee. We laten ons bereidwillig benevelen onder de Rutte doctrine.

Misschien wordt het in 2021, na 17 maart wel beter. Al ben ik bang dat daar eerst een paar sleutelfiguren op sleutelposities voor moeten verdwijnen. Tot dan wens ik Nederland veel sterkte in de strijd met ziekte, herstel, stress, burnout, trauma’s, conflict, polarisatie, faillissementen en armoedeval. Op de economie dan maar. Of wat er nog van over zal zijn als corona gecontroleerd is uitgeraasd. Het was hoe dan ook een leerzaam jaar. Ik heb veel geleerd over ‘wetenschapsjournalistiek’, politiek, propaganda, democratie, dictatuur, idealen en onmenselijkheid.

Vanavond om 0.00 uur proost ik op Nieuw-Zeeland, waar Oud en Nieuw gevierd wordt met festivals en vuurwerkshows. Dank je Jacinda Ardern, dat je de wereld hebt laten zien dat democratie en ‘het vrije westen’ ook samen kunnen gaan met het bestrijden van een virus, medemenselijkheid, compassie en empathie. Op Nieuw-Zeeland, waar een mensenleven meer waard is dan geld. Op Jacinda Ardern. Twintigtwintig was jouw jaar.

#CodeZwart

De herinneringen trekken langzaam voorbij vandaag. De wallen hangen ergens onder mijn kin. Als ik mezelf in de spiegel bekijk, zie ik een bleek gezicht en doffe grijze haren, die dit jaar spontaan zijn ontstaan. Misschien heb ik na vandaag een week vakantie. Misschien. Ik merk dat de hoop dat er werkelijk een week rust zal zijn eigenlijk al weg is. De vorige twee keer dat mijn vakantiedagen op het rooster stonden had ik er naartoe geleefd. Maar daar stond ik dan weer, op de werkvloer. Nu heb ik duidelijk mijn grens aangegeven. Ik ben alleen oproepbaar voor code zwart. 

Code zwart, bij die gedachte trekt mijn maag samen. Het is dichterbij dan ooit. Voor de meeste mensen begint code zwart pas als de IC’s de stroom aan patiënten niet meer op kunnen vangen. Maar eigenlijk begint dat scenario al vóór de poorten van het ziekenhuis. In de acute zorg. Bij de huisartsen. En dan de spoedeisende hulp. Er zijn meer patiënten dan middelen. Meer patiënten dan verzorgenden. We moeten kiezen. Bij die gedachte wordt het stil in mij. Het is te zwaar om daar nu over na te denken. Ik weiger dat zelfs omdat het belangrijker is om die situatie te voorkomen. Want ik weet: wie dit meemaakt zal nooit meer dezelfde zijn. Misschien zelfs nooit meer terugkeren in de samenleving. 

De samenleving. Als we dan toch terugblikken: wat is er van die samenleving over? Het was dit coronajaar weinig ‘samen’. Velen van ons waren heel alleen. Velen van ons zijn alleen maar bezig geweest met ‘overleven’. Met grote verbazing aanschouw ik de discussies over lockdowns, vaccinaties, sneltesten exitstrategieën. Technische, harde middelen die onafhankelijk van elkaar een virus niet laten verdwijnen. Geen van deze middelen kunnen de zieken genezen en al zeker de pijn en het lijden niet verzachten . We leggen al onze hoop in deze middelen, zonder te begrijpen dat ze ons eigenlijk niet echt beschermen. De muren zijn te hoog geworden om houvast te vinden. Wat begrijpen we eigenlijk van dat virus? Denken we er wel écht bij na dat een test je slechts vertelt of je wel of niet besmet bent geraakt, maar dat het jouw eigen besmetting niet heeft kunnen voorkomen? Want het lijkt wel, dat hoe meer hulpmiddelen er komen, hoe ‘losser’ we ons gaan gedragen. Coronamoeheid, het zit diep in onze aderen. We weten niet meer waar we het voor doen en overschrijden onze grenzen en daarmee ook de grens van een ander. En die middelen, die blijken keer op keer niet toereikend. Trouwens, hebben we daar nou serieus wéér een tekort aan? 

Veel mensen hebben gewoon geen zin meer in corona. Wie er hard om ‘vrijheid’ schreeuwt, lijkt nu zelfs van de grote kranten op veel aandacht te kunnen rekenen. Het is geen extremistisch-denken in de marge meer. Kijk maar naar het clubje zogenaamde ‘top-economen’ die de maatregelen willen opheffen. Zogenaamd willen ze de jongere generaties ontlasten van de zware restricties, maar uit de ideëen valt maar één ding duidelijk op te maken: de grote geldverslinders willen de economie weer op volle toeren laten draaien, zonder zelfs maar na te denken over de consequenties van hun immorele ideeën. Vóor deze crisis mochten de mensen die het moordende tempo van het neoliberale kapitalisme niet helemaal kunnen bijbenen al niet meer meedoen. Nu zouden ze, als we die plannen zouden implementeren, maanden- en maandenlang in een verplichte quarantaine zitten en zich volledig moeten afzonderen van de samenleving. Ze zijn de samenleving blijkbaar tot last.  

Iedereen draagt op zijn of haar manier bij in de economische cirkel van het leven. Laten we dit nooit vergeten. Wie zijn zij om te bepalen wie naar buiten mag en wie niet, verkapt in mooie woorden en onder het mom van keuzevrijheid? Ze hebben makkelijk praten. Zelf zullen ze de klappen immers niet opvangen en verantwoordelijkheid dragen ze al helemaal niet. Die zullen dan worden opgevangen door de mensen die we maar opsluiten in hun huizen maar ook door de mensen die niet kunnen overzien wat dit plan gaat doen. En denk maar niet dat de druk op de zorg daardoor vermindert. Laat dat virus uitrazen en de zorg wordt permanent overbelast. Dat staat allemaal niet beschreven in de plannen van onze zogenaamde topeconomen en bankiers. Voor hen gaat het gewoon, ordinair om geld. Voor sommige mensen lost geld blijkbaar alle problemen op, als sneeuw voor de zon. 

Ik vraag me af waarom dat soort idiote plannen keer op keer weer een podium krijgen. Dat kranten en talkshows de verwarring blijven voeden door dit soort holle praatjes keer op keer te promoten. Onze gezondheidszorg staat op instorten. Ondanks alle restricties. Ondanks intelligente, slimme, domme, gedeeltelijke, zware, harde lockdowns, hoe je ze ook noemt. Binnen nu en een paar weken stort het fundament van de samenleving in. En hoewel dit haast niet te voorkomen valt ga ik nu toch schreeuwen. 

Eens zien wie het horen wil. Want we weten allemaal dat het slecht gaat met de zorg en voor welke beproeving we komen te staan. We weten dat VWS hoort te leiden en dat niet doet. En toch accepteren we dat er geen plan is om de klap op te vangen. Denkt iedereen serieus dat we zo reddeloos verloren zijn dat er niks meer aan te doen valt? Dat wij zorgmedewerkers er straks, ondanks alle onvermogen onder politici en burgers, de schouders onder zullen zetten net als in maart?  Wees gerust, de wil is er. Geen paniek. Maar de samenleving kan niet meer doen alsof er niets aan de hand is. Veel zorgmedewerkers zijn ziek. Sommigen langdurig. Wie nog geen COVID-19 heeft gehad, loopt nog altijd het risico besmet te raken. Is het niet op de werkplek, dan wel privé, want het virus zit overal.

De covidzorg is intensief. Veel zorgmedewerkers draaien weer meer uren. De fysieke en mentale druk is enorm. We raken uitgeput. En dat waren we eigenlijk al voordat de tweede golf begon. Als veel zorgmedewerkers ziek thuis zitten, valt vroeg of laat het fundament onder de samenleving weg: de volksgezondheid. De tijd komt eraan dat je met redelijk eenvoudig te genezen aandoeningen, ernstige complicaties oploopt omdat je niet geholpen kan worden. Of dat de ambulance wanhopig rondjes rijdt op zoek naar een plek in het ziekenhuis, terwijl de patiënt achterin overlijdt aan een hartinfarct. Dat kan trouwens óók een zorgmedewerker zijn, die patiënt. Nog meer uitval. Waardoor er nog meer patiënten bijkomen die niet verzorgd kunnen worden. Een vicieuze cirkel, die we eigenlijk vandaag nog kunnen doorbreken. Dus waarom wachten op vaccinaties? 

Werken in de zorg is nog nooit zo stressvol geweest. Wat ík nu dringend nodig heb, is dat de overheid voor mij zorgt. Dat ik wat meer rust in mijn hoofd krijg, omdat ik in ieder geval in de allerbeste, allerveiligste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) beschikbaar, die zorg kan verlenen. Het werk is zwaar, maar we willen het graag aankunnen. Daarom moeten we zelf gezond en sterk blijven. Ik zorg goed voor mezelf. Ik zorg dat ik niet besmet raak, zodat ik andere mensen kan verzorgen. Oók de mensen die, in tegenstelling tot mij, maar wat doen en ‘gewoon leven’ alsof er geen virus is. Ik zorg voor mensen als ze ziek worden, hoeveel ik mezelf in mijn privéleven ook moet ontzeggen. Ook als dat betekent dat ik de hand moeten vasthouden van een bankier of ‘econoom’ die ondanks alle waarschuwingen toch naar zijn werk ging en ‘vergat’ dat ook hij risico liep omdat hij eigenlijk niet zo gezond leefde als hij zelf dacht. Maar meer nog wil ik dat we nu laten zien te hebben geleerd dat het voorkómen van meer besmettingen en adequaat indammen zoveel meer leed bespaard. 

Ik schreeuw nog één keer. Voor mijn collega’s. Koester de zorgmedewerkers, zorg voor ons, zodat wij voor u kunnen zorgen als het nodig is. ‘Draagkracht’ moet er ook blijven in de zorg. Onder de mensen die die zorg verzorgen. Zorg voor de zorg. Begin bij de kleine stapjes die nu al gezet kunnen worden om mensen die in de zorg werken én elkaar, op de been te houden, te steunen en te beschermen. Na corona zullen we weer moeten gaan bouwen. Laten we er samen voor zorgen, dat er in de zorg nog genoeg mensen zijn die de nieuwe fundamenten kunnen dragen. Fijn kerstfeest. 

Nienke
Nurse practitioner/ verpleegkundig specialist huisartsenzorg
@Ipie

Beste Hugo de Jonge, mag ik ook even ‘gecontroleerd uitrazen’?

“Iedereen is dood. Kijk hier. IJskasten leeg. Alles is leeg. Alles moet in de container. Al die mensen zijn dood gegaan. … Deze hele gang is dood, dood, corona heeft ze allemaal meegenomen. Gezonde mensen zijn weg. Het kan niet. Onbegrijpelijk.”

Het zijn gek genoeg niet de filmpjes van de patiënten op IC’s of de naar adem happende mensen, die tijdens deze pandemie de meeste indruk op mij hebben gemaakt. Als ik denk aan de enorme impact van de coronacrisis, denk ik altijd aan de beelden die een medewerker van het Amsterdamse verpleeghuis Flevohuis maakte. Geen ziek mens in beeld. Alleen maar leegte. En daar ligt juist de pijn. Deze medewerker, dit mens, brengt het zo nuchter mogelijk. Hij is “niet boos, maar gefrustreerd”. Toch voel ik zijn boosheid. Zijn onmacht. Zijn onbegrip.

Toch kon het, minister De Jonge. Het kon. Het gebeurde. Op grote schaal. Het ene na het andere verpleeghuis. De ene dode na de andere. Halve dorpen raakten geïnfecteerd. Noord-Brabant moest plotseling afscheid nemen van “een leger aan geweldige opa’s, oma’s, vaders, moeders en geliefden”.

Gecontroleerd uitrazen
“Het treft vooral de ouderen”, ik kan me niet heugen hoe vaak ik dat heb gehoord in die beginfase van de pandemie. Die boodschap had een bijna sussende ondertoon. Een geruststelling. “Het virus oogst vooral verzwakten” waar iets goeds in zou schuilen, volgens de Volkskrant. Want al “oogst het virus wreed en zonder genade”, het zou een “geluk bij een ongeluk zijn dat jongere generaties en de ‘sterken’ worden gespaard”. Nou is dit – zeker voor een krant – een al te bizarre uitspraak, maar het is wel wat schuilgaat achter de strategie van het kabinet: het virus “gecontroleerd laten uitrazen” zodat groepsimmuniteit onder de bevolking ontstaat, waarbij de kwetsbaren zoveel mogelijk beschermd moeten worden en de zorg niet overbelast raakt. Een strategie – of moet ik zeggen tactiek – die afwijkt van werkelijk àlle andere landen ter wereld, waar misschien niet overal genoeg wordt gedaan om het virus terug te dringen, maar waar zeker nergens gekozen is verspreiding te accepteren.

‘Gecontroleerd uitrazen’, ‘groepsimmuniteit’. Oude mensen, jonge mensen, al zieke mensen, nog gezonde mensen, corona greep heel wat mensen weg uit onze samenleving. Veel mensen raakten besmet, mochten zich niet laten testen en moesten zich thuis – zonder medische begeleiding – door de ziekte heen slepen. Sommigen werden niet zo ernstig ziek dat ze moesten worden opgenomen, maar kampen nu nog met de gevolgen. Oude mensen, jonge mensen, kinderen, zorgmedewerkers, schoonmakers, politieagenten, opa’s en oma’s, vaders en moeders, broers, zussen, echtgenoten en echtgenotes. Mensen die van u afhankelijk waren voor hun gezondheid en hun veiligheid. Mensen die van de informatie van het RIVM afhankelijk waren om zichzelf te informeren en te beschermen.  Zorgkoepels maakten hun beleid op de RIVM adviezen, hun leden voerden simpelweg uit. Zorgmedewerkers hadden vaak geen keuze. Zij werden onbeschermd het strijdtoneel opgegooid. Een verantwoordelijkheid die u als minister had moeten overzien. U had op tijd moeten signaleren dat het niet goed ging.

Stefanie
Ik denk de laatste tijd vaak aan IC-verpleegkundige Stefanie. Ze is 36 jaar, vrouw van Robert en mama van 2 kindjes van 3 en 6 jaar. Zij vindt zichzelf niet zo belangrijk, maar ik wel. Ze plaatste een brief aan premier Rutte op YouTube. Een emotionele oproep eigenlijk, om haar pijn te zien en toch vooral in te grijpen. Zij begrijpt dat er moeilijke beslissingen gemaakt moeten worden en dat dat met de beste bedoelingen zou gebeuren. Ze heeft het als IC-verpleegkundige in deze tijd ontzettend zwaar, maar ze is nu – tijdens de tweede golf – minder gemotiveerd om nog alles te geven. Ze wordt geconfronteerd met mensen die lak hebben aan de covidregels, die geen mondkapje willen dragen in de supermarkt omdat ze toch niet onder een risicogroep vallen, omdat ze denken dat ze niets kunnen schaden.

“Het gaat niet goed in de ziekenhuizen, de verpleeghuizen. Zorgmedewerkers worden ziek, raken besmet met covid. Maar we gaan door,” zegt Stefanie. De snik in haar stem is duidelijk te horen. Ze is moe. En ze weet niet of ze het nog lang volhoudt.

Zij, daar in de zorg, gaan door omdat ze zich verantwoordelijk voelen. Maar zoals Stefanie het treffend zegt: ze heeft bewust gekozen voor het vak van verzorgende, maar ze heeft er niet voor gekozen “te strijden voor alles en iedereen, terwijl sommige mensen maar lak hebben aan de covidmaatregelen”.

Glazen bol
Ik heb me als gedragswetenschapper vaak afgevraagd hoe het toch kan dat de overheid het allemaal zo knullig aanpakt. Werkelijk álles wat je verkeerd kan doen om gedrag richting het voorkomen van besmetting te sturen, doet het kabinet verkeerd. Een overheid die dag in, dag uit niets anders doet dan burgers sturen, in toom houden, controleren, beïnvloeden en plooien. Ik wil mezelf niet onderschatten, ik vind mezelf een goede antropoloog, maar briljant ben ik allerminst. Ik zie dingen niet scherper of beter dan andere gedragswetenschappers. Gewoon gemiddeld, of misschien iets boven gemiddeld. Toch is me de afgelopen negen maanden heel vaak gevraagd of ik een glazen bol heb. Hoe weet ik toch wat er staat te gebeuren? Hoe kan ik dat wel voorspellen en de overheid niet?

Helderziend ben ik allerminst. Maar ik maakte eerder een epidemie mee. En wie het ooit eerder meemaakte, weet wel hoe het zich allemaal ontwikkelt. De meeste Nederlanders zijn zich na de eerste golf ook prima bewust van de dynamiek van zo’n epidemie. Het is allemaal niet zo ingewikkeld. Ik heb weleens gedacht dat de overheid moedwillig steeds precies dát doet, wat het gedrag van burgers richting het roekeloze stuurt. Maar zelfs in mijn meest waanzinnige nachtmerrie, zou dat wel heel kwaadaardig zijn. En toch zit hier een groot pijnpunt. De corona aanpak lijkt vooral veel op de wereldkampioenschappen ‘semantiek’. Werkelijke bedoelingen worden in verhullende taal verpakt en voilà, we blijven in het ongewisse.

In de overheidsdocumentatie werd ‘gecontroleerd uitrazen – groepsimmuniteit’ vertaald naar ‘maximaal controleren – kwetsbaren beschermen’. Prachtige taal, maar het uitgangspunt blijft hetzelfde: het is wenselijk dat de niet kwetsbare mensen in de samenleving de ziekte krijgen, om zo groepsimmuniteit op te bouwen. En als je dat wil bereiken, moeten mensen zich helemaal niet optimaal beschermen tegen infectie. Dan wil je dat zij blijven functioneren, de samenleving draaiend houden, naar buiten blijven gaan, stuur je zorgmedewerkers met minimale voorzorg op COVID-19 (verdachte) patiënten af en kinderen zonder voorzorgsmaatregelen naar school, de kleintjes naar de opvang en dan moeten we daar niet te onrustig van worden.

5.000 besmettingen per dag – Het nieuwe normaal
Strategie, of tactiek. We komen niet van dat virus af. Rond de vijfduizend besmettingen per dag is acceptabel, zolang de zorg het net aankan. Het nieuwe normaal. En ja, de bevolking accepteert het. Zelfs als zij af en toe toch die beschuldigende vinger naar zich gewezen krijgen, doen de meeste mensen gewoon mee. Het gedrag laat zich zeer nauwkeurig besturen, met een draai aan de knoppen bij het RIVM. Niet dat mensen er blij mee zijn, want de onvrede in de samenleving groeit met de dag, maar omdat de meeste mensen er nog steeds vertrouwen in hebben dat het kabinet het goed bedoelt, net als IC-verpleegkundige Stefanie.

Nu de beleidsstukken over de corona aanpak eindelijk vrijgegeven zijn, begrijpen we dat mensen als Stefanie willens en wetens in die positie zijn gezet. ‘Sturen op zorgcapaciteit’ noemen jullie dat zo mooi, terwijl het virus ‘gecontroleerd uitraast’. Maar wíe stuurt die zorgcapaciteit? U niet, minister De Jonge. Dat doen zíj, die mensen die werken in de zorg en de klappen opvangen, die strijden voor alles en iedereen, maar die er vooral – onbewust – voor lijken te strijden om het kabinet overeind te houden. Om een voor hen onbekende strategie overeind te houden. Om de fouten van het kabinet recht te zetten. Om in stilte gebukt te gaan onder de loden last van zogenaamde ‘schaarste’ in beschermingsmiddelen en tests. Terwijl er eigenlijk helemaal geen schaarste was. ‘Verkeerde planning’, ‘verkeerde inschatting’, schrijven de media. Maar eigenlijk, was het gewoon de verkeerde strategie. Een strategie waar geen enkel ander land voor koos. ‘Groepsimmuniteit’. Lang mocht dat niet eens hardop gezegd worden. Tot nu. Nu het vaccin in aantocht is. Perfecte timing. De documenten waar dat uit blijkt, mogen nu via de WOB naar buiten.

Groepsimmuniteit, terug van nooit weggeweest
Waar premier Rutte en u, minister De Jonge, een paar weken geleden nog door hoepels moesten springen om te ontkennen dat het kabinet voor groepsimmuniteit koos, is groepsimmuniteit ineens geen moeilijke strategie meer. Jaap van Dissel mag er weer openlijk voor uitkomen. Sterker nog, in de toekomstvisie van het RIVM mag het zelfs prominent gebracht worden.

Groepsimmuniteit, een strategie die de rest van de wereld nog altijd als onethisch beschouwt. In Nederland is het inmiddels ongemerkt geen taboe meer. Geen haan die er nu nog naar zal kraaien. De vaccins zijn in aantocht, als de hoogrisicogroepen gevaccineerd zijn – waar het volgens Gommers allemaal om te doen is geweest – krijgen we geen druk meer op de ziekenhuizen en kan de samenleving ‘losgelaten’ worden. Dan mag het virus blijkbaar ongecontroleerd gaan uitrazen, zoals het nu ook al op de scholen en de kinderdagverblijven doet.

Riskante strategie
Alweer kiest het kabinet voor een uiterst riskante strategie. Want voor het geval u het echt allemaal niet had zien aankomen minister De Jonge, dat het zo vreselijk uit de hand zou lopen in de ziekenhuizen, waarschuw ik maar dat ook dit weer op een ramp zal uitlopen. Veel nog niet gevaccineerde kwetsbare én niet kwetsbare mensen worden ziek. En wat doen we nu met de mensen die niet in het ziekenhuis komen maar wel thuiszorg en/of huisartsenzorg ontvangen? Dat grote geheime gapende gat zonder cijfers? De wijkzorg is duidelijk: ook hun capaciteit is op. U wilde dat niet geloven toen een verpleegkundige het u vertelde afgelopen zomer. Recht in uw gezicht. Het was, volgens u, “niet aan de orde”. U liep gewoon weg. De verpleegkundige en haar team bleven verbijsterd achter. 

Er komen nog genoeg mensen in de ziekenhuizen terecht. Er zullen veel mensen longcovid oplopen. Met hoeveel langdurig of chronisch zieken krijgen we straks te maken? Of misschien is er wel een andere manier om daar mee om te gaan, in de media worden de eerste stappen om deze aandoening als ‘psychisch’ af te doen immers al gezet.

Zo’n anderhalve week geleden presenteerde u de komst van de vaccins bij het programma Op1. De opluchting straalde van u af. Ik zei het al eens, stralend en misschien een tikkeltje zelfingenomen lijkt u er in dat programma klaar voor de om de coronacrisis achter u te laten, terwijl de mate en duur van bescherming tegen besmetting én de invloed op het ziektebeloop allerminst duidelijk zij. Ik herhaal uw eigen woorden: “De crisis heeft zo ongelooflijk veel lijden veroorzaakt, zo ongelooflijk veel leed veroorzaakt, verdriet.” U ziet in het vaccin onze beste troef om dat allemaal achter ons te laten. Ik niet. Ik zie in het vervangen van de driehoek Jaap van Dissel, Aura Timen, Jacco Wallinga de beste troef om alles achter ons te laten. Want met die vaccins zijn we er nog niet en blijven we die zo pijnlijke fouten herhalen.

Nederland is het slimste jongetje van de klas
Als we eerlijk zijn, minister De Jonge, is die opluchting er vooral, omdat u klem zit. Nederland dacht het slimste jongetje van de klas te zijn door voor groepsimmuniteit te gaan. Iets anders leek het kabinet niet haalbaar, omdat elimineren nóóit zou kunnen werken, zo blijkt uit de beleidsdocumenten. Het zou in China ook niet lukken. Maar wat blijkt? Het lukt China vooralsnog wèl. En niet alleen China. De lijst met landen die het lukt om het virus te bestrijden, wordt steeds langer. Met veel minder doden, leed en schade dan wij met onze groepsimmuniteit, die nog steeds maar zeer beperkt is. Die landen zullen straks ook een succesvolle vaccinatiecampagne kunnen voeren. Zij zijn er namelijk niet van afhankelijk. Het hoeft alleen maar een al succesvol beleid te ondersteunen: preventie. En ook van longcovid, stress, burnout en posttraumatische stress zullen deze landen veel minder last hebben.

In die landen zullen de bevolkingen minder gedesillusioneerd zijn dan hier. Hier is wanhoop, machteloosheid, stress, verdriet, leed en zijn veel mensen hun vertrouwen in de samenleving verloren. Omdat ze het niet begrijpen. Omdat ze hun medeburgers de schuld geven van de voortdurende verspreiding, terwijl het kabinet daar juist op aanstuurt. Dringende adviezen, de onwil om te handhaven, scholen open zonder voorzorgsmaatregelen, schaarste. Er lijkt werkelijk niets goed te kunnen gaan. En dat zullen we met z’n allen nog lang voelen. Vooral onder leerkrachten, die zich op een dag niet meer prettig voelen in hun beroep, onder zorgmedewerkers, die zich willens en wetens in gevaar gebracht zullen voelen. Onder hen mensen die in mentaal en fysiek opzicht veel te verduren hebben door uw strategie en die nog lang zullen moeten herstellen. In onze samenleving zijn meer complotdenkers dan waar ook ter wereld. En de discussie ‘dor hout’ wordt hier dramatisch veel vaker gevoerd dan in andere landen. Met de strategie ‘gecontroleerd uitrazen’ heeft het kabinet meerdere bedreigingen door de samenleving laten gaan. En dat valt moeilijk te verkroppen.

#wisselvandissel
Helemaal aan de politiek zou ik het niet willen wijten. Het kabinet heeft op de wetenschap willen vertrouwen en leunde daarbij volledig op de expertise van Jaap van Dissel. De vaderfiguur voor het onwetende kabinet. Een baken van kennis en rust, ongetwijfeld. In de documenten kunnen we in ieder geval terugzien dat er onder het kabinet een lacherige sfeer over de pandemie was, terwijl in andere landen de IC’s overstroomden met mensen die in hun longvocht verdronken. Drongen die beelden wel tot u door? Had u door dat andere landen al heel nare ervaringen opdeden met deze ziekte? Want hoe in hemelsnaam kwam uw kabinet tot de conclusie dat COVID-19 minder dodelijk zou zijn dan de griep?

Waarom toch, was het kabinet zo naïef te denken dat deze ene Jaap van Dissel het beter wist dan al die andere wetenschappers van al die andere landen bij elkaar? En waarom ging u, als minister van volksgezondheid, niet te rade bij andere wetenschappers. Zeker, omdat het kabinet zelf – volgens de overheidsdocumenten – al vroeg signaleert dat de Nederlandse aanpak duidelijk afwijkt en daarop zelfs het publiek wil kalmeren. U had toch nooit blind mogen vertrouwen op één persoon?

Veel mensen zeggen – al een tijdje trouwens – dat u zou moeten opstappen om schade voor uzelf én de samenleving te beperken. Ik hoop vooral dat u eerst het RIVM opschoont. Jaap van Dissel volgde niet alleen via het kabinet een eigen koers, maar gaat nu steeds vaker recht tegen het kabinetsbeleid in. Vergeet niet dat dat instituut ons straks moet gaan motiveren om een vaccin tegen SARS-CoV-2 te nemen. En hoe kunnen we nu nog op hun expertise vertrouwen?

Beste premier Rutte, wanneer neemt u eens ‘eigen verantwoordelijkheid’?

Tijdens de ebola epidemie in Sierra Leone hield ik me vaak staande met de gedachte aan Nederland. Ik was daar als hulpverlener, als onderzoeker, als voorlichter, als alles eigenlijk, want er was tekort aan alles en vooral aan mensen die konden helpen. Dus deed ik wat ik kon. Het was vaak een ware hel. Ik zei in die tijd misschien wel duizend keer op een dag tegen mezelf: “In Nederland had dit nooit kunnen gebeuren. In Nederland zouden ze dit meteen hebben aangepakt. In Nederland zou zo’n epidemie binnen no-time onder controle zijn geweest. In Nederland zou een mensenleven iets waard zijn geweest. In Nederland, zou iedereen samenwerken om te voorkomen dat mensen eenzaam moeten sterven. In Nederland zouden zorgmedewerkers nooit, maar dan ook nooit zonder adequate beschermingsmiddelen het hol van de leeuw ingestuurd worden. In Nederland, zouden we voor elkaar zorgen.” Het was mijn warme deken. Want de onmenselijkheid die ik daar zag, in de eerste fase van de ebola epidemie, kende zijn weerga niet. Ik was er kapot van.

Natuurlijk kwam dat deels omdat ik veel ernstig zieke mensen zag die buiten, op de grond, lagen te creperen. Omdat ik mensen zag sterven. Omdat ik mensen zag die andere mensen uitbuitten. Die voedsel stalen van mensen die in quarantaine zaten. Hoe soldaten binnen gingen bij jonge meisjeswezen in quarantaine, we kunnen alleen maar raden waarom. Het was één lange aaneenrijging van verschrikkingen. Maar vooral de politici die niet verhulden dat ze helemaal niet zo hun best wilden doen om ebola te bestrijden, maakten op mij een diepe indruk. De grove onmenselijkheid. De belangen die de boventoon voerden. Het leed. En de diepe, diepe wonden die onder de bevolking werden geslagen, waarvan de genezing nog lange tijd zal vergen. Dat gevoel dat je nergens veilig bent, niet voor je eigen veiligheid kunt zorgen, dat je je geliefden niet kunt beschermen. Dat niet alleen je gezondheid op het spel staat, maar je hele leven, in al haar facetten. En dat je gewoon machteloos bent. Het gaf mij – en vele anderen daar trouwens – zoveel stress en pijn, dat ik er een knoeperd van een Post Traumatisch Stress Syndroom aan overhield.

Veilig terug in Nederland, herstelde ik traag. Dagen, weken, maanden gingen voorbij terwijl ik staarde. Ik bracht mijn dochter om kwart over acht naar school, zette mijn alarm om tien voor twee ’s middags – dan moest ik haar weer ophalen – ik ging zitten met mijn koffie en na wat voor mijn gevoel vijf minuten leek, ging dat alarm alweer. Zo ging dat vele maanden lang. Dag in, dag uit. Ik kwam er bovenop. Toen kwam corona. Beroerd, maar ik slaakte een zucht van verlichting dat ik in Nederland was. Wat had ik er vertrouwen in dat het hier binnen een mum van tijd onder controle zou zijn. En toen kwam Jaap van Dissel op televisie. “Zoals het er nu naar uitziet, lijkt corona het meest op de gewone griep.”

Bam. De pandemie drong inderdaad niet door tot Nederland, maar helaas niet op de manier zoals ik daar op gehoopt had. Het drong gewoon niet door. “Griep.” Met afgrijzen zag ik u, premier Rutte, grapjes maken over een potentieel dodelijk virus. Dat stomme handen schudden, wat best kon. Carnaval vieren, kon best. Op wintersport, allemaal geen probleem. De déjà-vu. En toen die historische toespraak over groepsimmuniteit. Hoe kon ik twee keer achter elkaar, in zo’n korte tijd, in zo’n nachtmerrie terechtgekomen zijn? Er zat bepaald geen empatische toon in die speech. De meesten van ons zouden corona krijgen, punt. Bepaald door de Nederlandse overheid. Punt. Een onbekend virus en een onbekende ziekte. Geen keuze. Geen enkele manier om jezelf ertegen te beschermen.

Het was nogal een moeilijke boodschap, maar u bleef nuchter. Goedlachs. Schalks. Nederland bleef ook nuchter en vond het prachtig. “Als één man achter Rutte!” De kranten stonden er vol mee: “Rutte is een echte staatsman.” “Hoeder van de natie.” “Een echte leider!” Hoe ironisch, want dat hele idee van ‘groepsimmuniteit’ was natuurlijk dé manier om juist géén leider te hoeven zijn. Om niet de touwtjes in handen te hoeven nemen. Om zo min mogelijk in te hoeven grijpen. Om niet de verantwoordelijkheid te nemen. Of zoals u het zo mooi zei op 8 mei “om niet de baas te hoeven spelen”.

“Nederland is geen kinderspeeltuin.” Zo min mogelijk dwang, geen strikte handhaving, ook al doen andere landen dat wel om het virus te bestrijden. U zou niet in zo’n land willen wonen. Dat zal allemaal best, maar sinds augustus laat peiling na peiling zien: dat is wel wat de meerderheid van de bevolking van u verwacht: “Meerderheid van Nederlanders voorstander van strenge en algehele lockdown“, “81 procent wil dat coronaregels verplicht worden”, “Twee op drie Nederlanders willen strengere aanpak” en volgens de laatste peiling van 19 november wil, ondanks de gedeeltelijke lockdown, nog altijd zes op de tien Nederlanders een strengere aanpak. U zegt: “eigen verantwoordelijkheid”. De bevolking zegt: “dat lukt met strenger beleid”. En laten we wel wezen: Als ik “maar niet zo stom moet zijn om tóch in het overvolle OV te stappen”, hoe moet ik dan naar mijn werk forenzen? Welke ‘eigen verantwoordelijkheid’ moeten we in dit geval van onze medeburgers eisen, die in die overvolle trein ook gewoon op weg zijn naar school of werk?

Kinderen en jongeren kunnen de risico’s helemaal niet vermijden, maar moeten van u zelfs naar scholen met besmettingen toe blijven gaan. Zij infecteren hun gezinnen en andere contacten. En weet u wat het wrange is? Dat veel mensen daar een schuldgevoel over hebben. En mensen die zichzelf meer zouden willen beschermen maar dat simpelweg niet kunnen, die lijden steeds meer onder dat gevoel van machteloosheid. Sommigen voelen zich niet meer thuis in hun land, hebben geen vertrouwen meer in de politiek en soms zelfs, voelen ze zich niet meer prettig bij hun eigen familieleden, die vinden dat zij zelf de risico’s mogen inschatten en daarmee ook anderen in gevaar brengen. Machteloosheid. Het verspreidt zich net zo snel als het virus. En die machteloosheid, premier Rutte, leidt tot depressieve gevoelens, trauma’s, overspannenheid, verdriet en burnout. Sommige mensen zullen er PTSS aan overhouden. Zeker die mensen in de zorg- en hulpverlening, leerkrachten en andere werknemers in vitale beroepen die zich niet veilig voelen en zich niet adequaat tegen dit virus kunnen beschermen, maar die wèl de samenleving draaiend moeten houden. Want die taak, rust voornamelijk op hún schouders. Wanneer neemt u daar, premier Rutte, eens úw ‘eigen verantwoordelijkheid’ voor?

De meerderheid van de Nederlanders heeft u nu zo vaak proberen duidelijk te maken niet met dit virus te willen leven. Ik ook niet. En misschien extra wrang voor mij dat Sierra Leone het tijdens deze pandemie nu juist zo goed doet. Gewoon, doordat er nu wel doortastend wordt opgetreden. Omdat de president het heft in handen neemt. Omdat men intussen geleerd heeft dat belangen van allerlei machthebbers en experts de samenleving veel schade toebrengen. Omdat men geleerd heeft wat empathie is. Dat een mensenleven waarde heeft, dat niet in geld uit te drukken valt. Ik kijk toe hoe nu in Nederland mensen in eenzaamheid moeten sterven. Hoe zorgmedewerkers zelf ziek worden, of de ziekte overbrengen op de meest kwetsbare mensen in de samenleving, gewoon omdat de overheid niet voldoende investeert in beschermingsmiddelen.

Ik zie toe hoe ieder greintje medemenselijkheid uit deze samenleving verdwijnt. Hoe er tweespalt ontstaat. Hoe de virusontkenners als kleuters in een speeltuin stampvoetend eisen dat de samenleving speciaal voor hen doordraait. En hoe u, beste premier, uw oren vooral naar hèn laat hangen, die minder maatregelen willen. Nog geen 12% van de bevolking.

Gelukkig kan ik er nu wat beter afstand van nemen. Posttraumatische stress zal ik er niet van krijgen. Ik weet inmiddels dat het kwartje op een dag toch zal vallen. Geen land ter wereld zal met zo’n virus kunnen leven en dan moeten we alsnog alles op alles zetten om corona te bestrijden. Het zal langer duren en behoorlijk pittig zijn de bevolking dan nog mee te krijgen, maar het zal lukken. Uiteindelijk.

Maar ik hou mijn hart vast voor alle Nederlanders die zich in een hoek gedrukt voelen door dit beleid. Voor de Nederlanders die al sinds maart in zelfisolatie zitten en nog geen woord van medeleven van u hoeven te verwachten. Ik hou mijn hart vast voor de jongere generaties, die zich op een dag zullen realiseren dat de pandemie op hun schouders rust en dat we hen willens en wetens aan risico’s blootstellen. Ik hou mijn hart vast voor de depressies en desillusies die komen voor de mensen in de cultuur-, evenementen- en horecasector, omdat zij vermalen worden onder de grove wielen van dit coronabeleid. Dat hun levens en hun toekomst ondergeschikt worden gemaakt. Omdat we een kabinet hebben dat geen verantwoordelijkheid wil nemen. Omdat we een premier hebben, die “de baas niet wil zijn”.

U heeft de mond vol van “eigen verantwoordelijkheid”, beste premier Rutte, maar wanneer gaat u het goede voorbeeld geven? U bent niet “bij gebrek aan een goed excuus op deze plek gekomen”. U bent op deze plek gekomen omdat veel mensen op u hebben gestemd. Omdat de rest van de bevolking u als ‘leider’ accepteert en u die taak ook heeft gegeven. Wanneer, beste premier Rutte, kunnen we verwachten dat u dáár eigen verantwoordelijkheid in neemt? Want we weten allemaal best, dat wat nu gebeurt met corona, in Nederland eigenlijk niet zou mogen gebeuren.

De Nederlandse keuze voor ‘groepsimmuniteit’ blijkt desastreus

China, Nieuw-Zeeland, Australië, maar ook landen als Sierra Leone, Liberia en Guinee laten zien dat het nieuwe coronavirus bestreden kan worden. Aan de eigenschappen van het virus ligt het dus niet. En het gedrag van mensen kan dus blijkbaar wèl doeltreffend ingezet worden om het virus terug te dringen. Dus, als het niet aan het gedrag van het virus ligt en ook niet aan het gedrag van de mens, dan speelt er iets anders. Wat hebben deze landen met elkaar gemeen, waardoor het hen wel lukt om het virus te bestrijden?

Landen die volgens de Global Health Security Index (GHSI) het best voorbereid waren op een gezondheidscrisis, tellen de meeste coronaslachtoffers en krijgen de situatie slecht onder controle. Nederland staat op plaats drie in deze index en scoort met ruim 10.000 sterfgevallen tegelijkertijd hoog in de wereldranglijst van COVID-19[1]. Op een 7e plaats doet Nederland het, ondanks de goede gezondheidszorgcapaciteit, ronduit slecht.

Opmerkelijk wellicht doen veel landen die lager scoren in de GHSI, het een stuk beter in de bestrijding van het virus. In Zuid-Korea (op nummer 10), Nieuw-Zeeland (35), Mongolië (46), Vietnam (50) en China (51) lijkt de crisis grotendeels onder controle. Analyses over het succes van deze landen lopen uiteen van ‘sterk leiderschap’ tot ‘ervaring met uitbraken van infectieziekten’. Nederlandse analytici verwijzen vaak naar gunstige ‘culturele factoren’ maar ook naar de geïsoleerde geografische ligging van sommige van deze landen, waardoor het voor hen makkelijker zou zijn ‘corona’ onder controle te krijgen.

Ligt het aan het virus, of aan het gedrag?

Voor Nederlandse politici vormen deze analyses, hoewel ze niet onderbouwd worden, genoeg reden om zich niet te verdiepen in de gemeenschappelijke werkwijze die deze landen hanteren en die hun successen goed kan verklaren. Want landen als China, Nieuw-Zeeland en Australië laten zien dat het virus zelf best teruggedrongen kan worden.

Aan de eigenschappen van het virus ligt het dus niet. En het gedrag van mensen kan dus blijkbaar wèl doeltreffend veranderen. Dus, als het niet aan het gedrag van het virus ligt en ook niet aan het gedrag van de mens, dan speelt er iets anders. De landen die SARS-CoV-2 wèl onder controle hebben lijken in verschillende opzichten helemaal niet op elkaar. Niet in geografisch opzicht, niet in cultureel opzicht en ook niet in politiek opzicht. Toch hebben die landen één ding met elkaar gemeen: ze zetten voornamelijk in op preventie.

Is zorgcapaciteit nodig voor de bestrijding van SARS-CoV-2?

Laten we de drie landen die het hoogst scoren in de GHSI nu vergelijken met landen die onderaan die lijst bungelen, landen met weinig gezondheidszorgcapaciteit, slechte infrastructuur en nauwelijks (bio)medische expertise, diagnostische tools en andere middelen om een uitbraak van een onbekende infectieziekte te bestrijden.

GHSI vergelijking
Global Health Security Index

Landen met hoge mobiliteit, evenveel buurlanden als Nederland en met een open economie, maar die in tegenstelling tot Nederland, tot de armste landen ter wereld behoren: Guinee, Sierra Leone en Liberia, de drie landen die in de meest recente geschiedenis (2014-2016) succesvol een enorme gezondheidscrisis (ebola) hebben bestreden.

Deze landen kunnen vanwege de beperkte gezondheidszorg niet sturen op ziekenhuiscapaciteit, zoals Nederland dat doet. Immers, ook Nederland bleek niet over voldoende mankracht en capaciteit te beschikken. Toen die landen te maken kregen met de eerste positieve COVID-gevallen op hun grondgebied, kozen zij dan ook direct voor een rigoureuze aanpak.

Hoe verschillend is de aanpak van deze West-Afrikaanse landen nu met de bestrijding van ebola in 2014-2016, toen de drie ebolalanden eigenlijk alle fouten maakte die Nederland nu in deze pandemie maakt: te traag ingrijpen, weinig investering in voorlichting, de bevolking werd niet betrokken om paniek te voorkomen en meer dan eens werd het bijltje er bijna bij neergegooid omdat men ervan overtuigd raakte dat ebola endemisch was geworden en de regio met de ziekte moest leren leven.

De ebolalanden streden twee jaren tegen dat virus. Hun landen werden van buitenaf hermetisch afgesloten en ook binnen hun landsgrenzen lag het leven er nagenoeg stil. Wijzer geworden door de bestrijding van ebola, namen deze landen met COVID-19 geen enkel risico. Alles wordt ingezet op preventie; dit virus zal geen voet aan de grond krijgen. Waar het in Sierra Leone tijdens de ebola-epidemie de grootste moeite kostte om overheid en bevolking ervan te overtuigen dat het mogelijk was ‘to Kick Ebola’: van ebola af te komen, werd ‘Kick Covid’ tijdens deze pandemie al snel de officiële slogan.

Met SARS-CoV-2 grijpen de voormalige ebolalanden rigoureus en hard in. Met resultaat. Waar Nederland bijna 60 sterfgevallen per 100.000 inwoners heeft, zijn dat er in Sierra Leone, Liberia en Guinee respectievelijk 1,2 en 1.

Vroeg ingrijpen maakt het verschil

In tegenstelling tot Nederland, kozen de voormalige ebolalanden voor een duidelijk doel: geen SARS-CoV-2 binnen de landsgrenzen. Met weinig zorgcapaciteit, (bio) medische expertise en hulpmiddelen, zeer slechte infrastructuur en uiterst kwetsbare economieën (nog herstellend van burgeroorlogen en de ebolacrisis) moesten deze landen het virus bestrijden.

Guinee registreerde de eerste besmetting op 13 maart 2020. Eind maart waren de besmettingen opgelopen naar 16, waarna op 4 april werd besloten de grenzen te sluiten, een vergaande lockdown en een avondklok in te stellen. Vergaande maatregelen, terwijl er nauwelijks sprake was van lokale transmissie.

Liberia registreerde de eerste COVID patiënt op 16 maart 2020 en het tweede geval gelijk de dag daarna. Scholen en universiteiten werden direct gesloten. Op 22 maart werd de noodtoestand uitgeroepen. Op 10 april volgde een vergaande lockdown, voor grote delen van het land.

En Sierra Leone riep de noodtoestand uit nog voordat het land de eerste besmetting registreerde op 29 maart 2020. Direct na de constatering van de tweede besmetting, volgde op 5 april een 3-daagse totale lockdown, werd reizen tussen de districten verboden, sloten de grenzen, werden mondneusmaskers dringend geadviseerd, werd er een avondklok ingesteld (tussen 21:00 en 06:00 uur) en gold ook na de driedaagse lockdown het dringende advies aan de bevolking zoveel mogelijk thuis te blijven. Besmette personen werden strikt geïsoleerd en contacten van besmette personen moesten direct in verplichte quarantaine.

In Nederland werd minder voortvarend gereageerd. Nederland registreerde het eerste COVID geval op 27 februari 2020. Op 6 maart volgde het eerste sterfgeval. Op diezelfde dag werd inwoners van Noord-Brabant geadviseerd hun sociale contacten te beperken als zij symptomen vertoonden. Drie dagen later adviseerde premier Rutte de bevolking geen handen meer te schudden en werd inwoners van Noord-Brabant gevraagd zoveel mogelijk thuis te werken. Op 10 maart werden evenementen in Noord-Brabant verboden. Pas op 23 maart, bij 4.749 positieve gevallen en 213 sterfgevallen, bijna een maand na de eerste besmetting, werd er een intelligente lockdown ingesteld: een gedeeltelijke lockdown waarbij winkels open mochten blijven en de grenzen open bleven. Isolatie van COVID patiënten was en is niet aan de orde en zelfquarantaine van zowel COVID patiënten als hun contacten is geheel vrijblijvend.

Doel en strategie

Waar men in Sierra Leone, Liberia en Guinee direct koos voor een zogenaamd ‘zero covid’ beleid, koos Nederland een andere route. Als een van de weinige landen ter wereld, accepteerde Nederland dat dit nieuwe virus onder de bevolking rond mocht gaan.

In Nederland werd dus niet gekozen voor bestrijding, maar voor gecontroleerde verspreiding, om zo groepsimmuniteit te bereiken. In zijn historische toespraak aan de Nederlandse bevolking liet premier Rutte weten dat hij geen gemakkelijke boodschap had: “De realiteit is, dat het coronavirus onder ons is en voorlopig ook onder ons zal blijven. Er is geen eenvoudige of snelle uitweg uit deze zeer moeilijke situatie. De realiteit is ook dat de komende tijd een groot deel van de Nederlandse bevolking met het virus besmet zal raken.”

In zijn eerste toespraak aan de bevolking legde president Condé van Guinee juist de nadruk op solidariteit tussen bevolking en politiek, om gezamenlijk de verspreiding te stoppen. Zijn belangrijkste boodschap: “In afwachting van een effectief vaccin is preventie het beste wapen dat we tot onze beschikking hebben.”

President Weah van Liberia zei: “We kunnen dit virus verslaan als we ons er allemaal toe verbinden alle beschreven maatregelen te respecteren. Als we ongedisciplineerd zijn, zullen we de oorzaak zijn dat het zich verspreidt. Maar als we ons netjes gedragen en alle voorschriften en gezondheidsmaatregelen naleven, kunnen we ook de remedie zijn die Corona in ons land zal stoppen.” In een speciale ‘corona virus song’ inspireerde de president zijn bevolking samen te “vechten voor Liberia” en gezamenlijk het coronavirus te bestrijden.

En ook president Maada Bio van Sierra Leone vertolkte deze boodschap van preventie: “We zijn vastbesloten om de incidentie en verspreiding van het virus te voorkomen.” In een samenwerking met populaire Sierra Leoonse artiesten, maakte de president in een intro van een covid song duidelijk, dat politiek en bevolking samen stonden in de “oorlog tegen corona”.

Het verschil in beleid tussen Nederland en de voormalige ebolalanden, tekent zich nu – na 8 maanden – duidelijk af. Waar Sierra Leone, Guinee en Liberia in stappen weer terug kunnen keren naar hun ‘oude normaal’ en daarbij de schade aan de economie en de volksgezondheid tot een minimum hebben weten te beperken, lijkt het erop dat Nederland tot maart in ‘gedeeltelijke lockdown’ zal moeten blijven – de tweede – met veel schade aan de economie en aan de volksgezondheid als gevolg.

Het geheime recept: Preventie, empathie, voorlichting

Wat zou Nederland kunnen leren van de voormalige ebolalanden? Ten eerste, dat snel en rigoureus ingrijpen het beste resultaat geeft. Waar in Nederland steeds de nadruk ligt op ‘wetenschap’ en ‘rationaliteit’ – voor de meeste mensen lijkt het op de gewone griep – wordt daar in de voormalige ebolalanden weliswaar een stevige basis gevonden in de wetenschap, maar ligt de nadruk vooral op empathie: van politiek leiders voor de bevolking, en van burgers voor elkaar. In overheidscommunicatie zit altijd een stevige dosis empathie en wordt de dodelijkheid van het virus altijd benoemd.

Empathie en voorlichting zijn noodzakelijk om de bevolking mee te nemen en te stimuleren de eigen vrijheden op te geven voor het collectief. Maar belangrijker nog: mensen moeten weten hoe ze kunnen voorkomen dat ze SARS-CoV-2 verspreiden, wat de (eerste) symptomen zijn van de ziekte COVID-19 en waarom het van belang is dat zij zich isoleren als ze besmet zijn. Voorlichting is de beste preventie. En daar zet Nederland weinig op in, terwijl voorlichting voor de voormalige ebolalanden nagenoeg het enige wapen is dat zij in kunnen zetten in de ‘strijd tegen corona’.

Hoe zet Sierra Leone voorlichting in om verspreiding te voorkomen? Zelfs voor kleine kinderen is voorlichtingsmateriaal beschikbaar om preventie te bevorderen en verspreiding tegen te gaan. Een nationale COVID-19 themesong legt alle preventie en symptomen op een heel eenvoudige en toegankelijke manier uit, in de meest voorkomende verschillende stammentalen. Sierra Leone is zich ervan bewust: je moet niet alleen alles van het virus weten, het gaat vooral om de mindset van de bevolking. ‘Lε wi kam tugεda … lε wi push am na do.’ Gezamenlijk corona eruit gooien. Weg met de onderlinge strijd. ‘Corona fεt na wi כl fεt.’ De strijd tegen corona, is een gezamenlijke strijd. De bevolking is bewust en goed voorgelicht. Van jong tot oud, iedere burger weet wat hem of haar te doen staat. Elkaar beschermen. Het doel: weg met corona.

Van de ervaringen die die landen hebben opgedaan met ebola, de fouten, maar vooral hoe zij de lessons learned inzetten en nu corona bestrijden, daar kan de wereld veel van leren. Nederland, waar corona vooral het domein is van experts en politici en waar de bevolking nauwelijks het verschil weet tussen een verkoudheid en COVID-19, zou kunnen leren wat preventie inhoudt, hoe je de bevolking bij de bestrijding betrekt en hoe belangrijk de mindset van de bevolking is[2][3].         

Op verkeerde voet begonnen

Dat het virus ‘gecontroleerd laten verspreiden’ niet de best mogelijke strategie was, erkennen politiek en de bij het beleid betrokken wetenschappelijk adviseurs inmiddels ook. En toch kiest Nederland nog altijd niet voor preventie. Waar ingezet zou kunnen worden op veel testen, doortastend traceren, stringent isoleren van besmette personen en consequent in quarantaine plaatsen van hun contacten, wacht Nederland af tot een vaccin groepsimmuniteit zal opleveren. Een uiterst riskante strategie, aangezien nog helemaal niet bekend is of de nu ontwikkelde vaccins daadwerkelijk immuniteit zullen geven. Nu inzetten op voorlichting en preventie biedt zekerheid en een snellere terugkeer naar het ‘oude normaal’. En misschien, als we daar vóór sinterklaas al mee beginnen kunnen we dan net als Wuhan – waar de pandemie begon – dan in de winter alweer beginnen met ‘leven’. In Wuhan is alles weer open. Zelfs grote evenementen kunnen doorgaan. De economie herstelt zich. Als we gewoon zouden kunnen toegeven dat we verkeerd begonnen zijn en bereid zouden zijn te leren van andere landen, dan zouden ook wij vrij van corona kunnen zijn. Op onze eigen manier, maar wel met hún succesformule: bestrijden, in plaats van verspreiden.

Dit artikel is gebaseerd op het onderzoekspaper ‘Opnieuw Bruggen Bouwen’ van Ginny Mooy, Myrna Over en Karlijn Roex. Het coronavirus verspreidt zich met name door gedrag. Niet alleen het gedrag van de bevolking speelt een belangrijke rol, maar ook dat van de overheid en haar adviseurs. Hoe beleidsmakers en burgers elkaar in gedrag beïnvloeden en versterken en daarmee de coronapandemie blijven opstoken, lees je in het onderzoeksrapport ‘Opnieuw Bruggen Bouwen’.


[1] Op 6 november 2020 (cijfers obv oversterfte)

[2] Hoe begrijpelijk is de corona communicatie voor laaggeletterden – Dorien van Linge – OneWorld.nl

[3] ’Chronische stress en uitstel van zorg: Coronamaatregelen treffen laaggeletterden harder’- Een Vandaag


Hoe de overheid complotdenken over corona aandrijft

Tijdens deze pandemie zien we wereldwijd een grote drang naar het vergaren van zoveel mogelijk informatie. Zeker als mensen een hoge mate van onzekerheid ervaren en niet makkelijk toegang hebben tot betrouwbare informatie, is de zucht naar het zoeken naar informatie groot. Veel mensen zijn actiever op de sociale media, lezen wetenschappelijke informatie buiten hun eigen vakgebied of begripsniveau en zoeken naar gelijkgestemden om ideeën en visies mee uit te wisselen. Het leidt tot meningsverschillen, ruzies, maar ook tot verbroedering en het vormen van complot- en actiegroepen. In landen waar overheden zelf belangrijke verspreiders van mis- of desinformatie zijn (zoals Nederland) is er meer impuls tot dergelijke bewegingen.

We worden overspoeld met informatie. Wie goed van alles op de hoogte wil blijven, heeft daar bijna een dagtaak aan. Het grote plaatje overzien, is voor mensen met een baan, school, het huishouden, sport, ontspanning en de zorg voor anderen welhaast onmogelijk. De meeste mensen kunnen zich daarom slechts ontfermen over hun eigen situatie. Zorgen en praktische problemen zijn voor velen acuut.

Overconsumptie van media informatie gerelateerd aan COVID-19 vergroot de onzekerheid: mensen ervaren meer ongerustheid, angst, stress en zelfs gevoelens van depressie. Om gevoelens van onrust en ongewenste gedragsverandering te beperken, moet de overheid meer de regie nemen en ervoor zorgdragen dat burgers altijd in begrijpelijke taal beschikking hebben over de nieuwste informatie; informatie die niet onverklaarbaar afwijkt van de dan geldende gangbare internationale denkwijzen en waarbij steeds duidelijk wordt uitgelegd waar nog onzekerheid over is en waarom dat zo is.

We begrijpen ‘corona’ helemaal niet

Wat wij in Nederland ‘corona’ noemen, is een nieuw virus welke een nieuwe ziekte veroorzaakt. Maar hoezo is ‘corona’ nieuw? Want coronavirussen bestaan al heel lang. Voor veel mensen is ‘corona’ gewoon een variant op de ons bekende coronavirussen (een zware verkoudheid) of een nieuw soort ‘griep’, voornamelijk gevaarlijk voor oudere mensen en mensen met een ‘zwakke gezondheid’.

‘Corona’ beheerst ons hele leven en toch begrijpen we er maar weinig van. Ergens logisch, want ook de wetenschap ‘weet’ nog niet veel van dit nieuwe virus. Maar de hele simpele basis zou toch eenvoudig te communiceren moeten zijn. Dit virus is inderdaad een coronavirus, maar een nieuwe variant. Deze nieuwe variant (SARS-CoV-2) veroorzaakt een nieuwe ziekte (COVID-19). Het ziektebeeld lijkt inderdaad op dat van een verkoudheid, maar dat wij het verschil tussen een ‘gewone’ verkoudheid en corona niet kunnen aanvoelen, begrijpen veel mensen niet, of willen dat niet begrijpen, wat ruimte biedt om de risicomarge wat ruimer te maken. ‘Het zal wel een verkoudheid zijn.’ Sommige mensen blijven thuis en laten zich testen, de meeste mensen echter niet.

Daarnaast is er een groep mensen die ‘niet meer mee wil doen’ en doelbewust met COVID-achtige klachten onder de mensen gaan. Sommigen van hen geloven niet in het bestaan van deze nieuwe ziekte en sommigen geloven niet dat ze daadwerkelijk een ander persoon zullen besmetten. ‘Het beschermende muurtje’ betekent voor hen dat ‘kwetsbare’ mensen zichzelf tegen besmetting moeten beschermen, als ze dat willen. Na negen maanden coronacrisis steekt in de Nederlandse media nog bijna wekelijks de kop op dat een tweestromensamenleving mogelijk en wenselijk zou zijn: kwetsbaren krijgen een veilige, covidvrije zone en de jongere, niet ‘kwetsbare’ burgers kunnen zich dan weer vrij in de samenleving bewegen.

Vele discussies en onrealistische denkbeelden zouden makkelijk te ontkrachten zijn, door meer informatie te geven. Nu blijft het leed van coronaslachtoffers in Nederland grotendeels verborgen: in de media, maar ook in overheidstoespraken wordt weinig aandacht besteed aan de (langdurig) zieken en gestorvenen. Aangezien nog veel Nederlands zelf niemand kennen die (ernstig) ziek is geworden van COVID-19, blijft de crisis voor hen ook ongrijpbaar.

Door weinig aandacht te besteden aan de gevolgen voor de mensen in risicogroepen en na te laten de grote onderlinge verbondenheid en verwevenheid tussen alle mensen in de samenleving uit te leggen, houdt de overheid de illusie dat een tweestromensamenleving überhaupt mogelijk zou zijn in stand. Het ‘beschermende muurtje’ is in de praktijk onmogelijk gebleken. Toch refereert de overheid hier in persconferenties nog steeds aan en geeft daarmee teveel stof tot discussie.

De overheid als verspreider van misinformatie

Niet alleen geeft de overheid teveel ruimte voor discussie en speculatie, de Nederlandse overheid en de overheidsinstituten zijn tijdens de epidemie in Nederland de grootste verspreiders van misinformatie gebleken. Toen wereldwijd over een pandemie werd gesproken en een virus met veel ernstiger ziektebeeld en gevolgen dan influenza, sprak premier Rutte in persconferenties nog altijd over ‘een griepje’. En waar vele landen vergaande maatregelen troffen om het virus buiten de landsgrenzen te houden, grapte de premier in een televisie interview dat handen schudden geen enkel gevaar opleverde. De behoefte aan meer informatie werd daar gecreëerd.

Sinds die eerste overheidsboodschappen over SARS-CoV-2 heeft de overheid vaker (via ministers, maar ook via de overheidsinstituten) informatie verspreid die haaks staat op internationale bevindingen en ervaringen. Op het gebied van mondneusmaskers voor het publiek bijvoorbeeld, in richtlijnen voor zorgmedewerkers en met betrekking tot de bevattelijkheid en besmettelijkheid van kinderen. De symptomenlijst op de website van het RIVM wijkt af van internationale lijsten. Datzelfde geldt voor de identificatie van risicogroepen. OMT-voorzitter Jaap van Dissel haalde tijdens kamerbriefings meermaals reeds ontkrachte wetenschappelijke onderzoeken aan, verschillende OMT-leden treden naar buiten met inzichten die afwijken van onderzoeken uit buitenlanden en de overheid zegt in persconferenties deze inzichten te vertalen naar beleid.

Zonder een onuitputtelijke opsomming te willen geven: het valt veel burgers op dat de
(wetenschappelijke) informatie in Nederland vaak afwijkt van kennis die in andere landen wordt opgedaan. Soms wordt informatie gaandeweg stilletjes aangepast op websites van de rijksoverheid, het RIVM en de LCI. Dit wekt de indruk dat dingen verborgen worden gehouden. Dit leidt bij veel burgers tot een drang naar het zoeken van ‘kloppende informatie’, waarbij informatie vaak als ‘kloppend’ wordt beschouwd als het de eigen vermoedens of inzichten bevestigt.

Het coronabeleid schept verwarring

Hoewel de schijnwerper sterk gericht staat op alle excessen, is het wantrouwen in overheidsinformatie over corona groter en verspreid over een veel meer diverse groep Nederlanders: een op de tien Nederlanders gelooft dat er vieze spelletjes gespeeld worden, 7% gelooft dat grote bedrijven binnen de farmaceutische industrie opzettelijk ziektes verspreiden om medicijnen te kunnen verkopen, nog eens 7% gelooft dat het coronavirus is ontwikkeld door de Chinese overheid. Ruim 4% gelooft dat samen met het toekomstige vaccin een chip zal worden geïnjecteerd om mensen permanent te blijven volgen en 2% gelooft dat het virus een manier is om de effecten van 5G-torens te verdoezelen[1].

De corona-aanpak van het kabinet zorgt voor veel verwarring. Wat is nu het doel en wat is de strategie? Wat is ‘maximale controle’? En wat is eigenlijk ‘sturen op ziekenhuiscapaciteit? En is het nu wel of niet de bedoeling dat ‘jonge, gezonde mensen’ besmet raken? Hoe bereiken we die groepsimmuniteit als we anderhalve meter afstand moeten houden? Waarom kunnen die ‘kwetsbare’ mensen zich maar niet afschermen? Moet de jongere bevolking daar echt onder lijden? Het leven zou gewoon door kunnen gaan, (bijna) zoals normaal, als die groepen ervoor zorgen dat zij niet besmet raken. Videobellen met opa en oma en in de tuin op bezoek en we zijn een eind op weg naar groepsimmuniteit. En ‘kwetsbaren’ moeten toch zelf kunnen bepalen of ze het risico op besmetting en ziekte willen aanvaarden?

Het beeld dat hier wordt geschetst is geen ‘eigenwijze’ misinterpretatie van ‘asociale mensen’, maar de officiële Nederlandse strategie. Rutte heeft geen tweede toespraak gehouden, waarin deze strategie herzien werd. Sterker nog; bij iedere persconferentie spreken premier Rutte en minister De Jonge nog altijd over ‘maximale controle’, beschermen van de kwetsbaren en ‘de zorg niet overbelasten’, terwijl premier Rutte tegelijkertijd ontkent ooit een toespraak te hebben gehouden over groepsimmuniteit. Het onderwerp was meermaals onderdeel van lange kamerdebatten en werd nooit duidelijkheid gegeven. Het blijft voor zowel de bevolking, als voor vele Tweede Kamerleden nog altijd onduidelijk welk doel de overheid nu nastreeft. Dit geeft aanleiding tot gevoelens van wantrouwen, of het gevoel ‘voorgelogen te worden’. Veel burgers hebben zelfs het gevoel gedwongen mee te werken aan een (bio)medisch experiment.

De infodemic risk

Het vergaren van online informatie zeker niet zonder risico’s: binnen echokamers en filterbubbels horen we steeds dezelfde perspectieven op de zaak, waarbij geruchten en ander onbetrouwbaar nieuws zich snel verspreiden. Vooral in deze tijden van stress en gevoelde schaarste zijn we minder in staat om informatie te beoordelen op hun betrouwbaarheid. We worden makkelijker beïnvloedbaar door desinformatie. Uit onderzoeken blijkt dat een meerderheid van de mensen vaak (online) wordt blootgesteld aan bekende geruchten over COVID-19. We worden geacht kaf van koren te kunnen onderscheiden en informatie goed in te kunnen schatten, zonder daarvoor hulpmiddelen te krijgen of met gedragswetenschappelijk ingericht communicatiebeleid.

In de overheidscommunicatie lijkt er amper aandacht voor de rol van digitale communicatie in de verspreiding van foutieve informatie (de zogeheten ‘infodemic risk’). Sterker nog, de overheid schiet zelf tekort op een aantal kernregels van risicocommunicatie: bijvoorbeeld erkennen wanneer je iets nog niet goed weet, duidelijk toegeven als je vergissingen hebt gemaakt, en het bieden van enig perspectief.

In een samenleving die zo sterk streeft naar duidelijkheid, geven informatiegaten hoge ‘infodemic risks’. Informatiegaten (of ‘data voids’) zijn plekken waar in snel tempo veel zorgen ontstaan, terwijl er nog weinig feiten online staan. Hier verspreiden geruchten zich snel, of erger: bewuste desinformatieverspreiders springen in die gaten. Er wordt momenteel gebouwd aan dashboards die snel dit soort plekken op het internet lokaliseren, zodat tijdig kan worden ingegrepen. In Nederland is de naar informatie zoekende burger grofweg in drie categorieën onder te verdelen:

  1. Mensen die voornamelijk kabinetsbeleid ondersteunende informatie lezen en delen.
  2. Mensen die voornamelijk informatie delen en lezen waaruit blijkt dat overheidsbeleid te laks is en de ernst van de situatie wordt onderschat.
  3. Mensen die voornamelijk informatie delen en lezen waaruit blijkt dat overheidsbeleid te streng is en de ernst van de situatie wordt overschat.

‘Complotwappies’

Met name de laatste categorie heeft een onevenredig groot aandeel in de verspreiding van desinformatie en wordt dit door hen tevens ingezet als propagandamiddel om zich te verzetten tegen coronabeleid van het kabinet. In de volksmond wordt aan deze groep gerefereerd onder de term ‘complotwappies’ of ‘covidioten’. Dit zijn paraplutermen voor zowel ontkenners van het virus (corona is een hoax) als voorstanders van ‘uit laten razen’ (‘corona is geen killervirus’).

De ‘complotwappies’, complotdenkers of ‘kritische denkers’ vallen uiteen in een aantal groepen:

  1. Mensen die overheidsinformatie wantrouwen en zelf naar alternatieve informatie zoeken.
  2. Mensen die via social media actief campagne voeren tegen de coronamaatregelen. Deze groep vindt vooral aansluiting bij de burger/expertgroep RedTeam, de actiegroep Containtment.nu (actiegroep voor een indambeleid) (mensen die vinden dat de overheid te weinig doet om het virus te bestrijden) of bij coronabetrokkenen met een ‘alternatieve visie’ als Maurice de Hond, Ira Helsloot, Robin Fransman, Wouter Keller, Hans Koppies, Robert Jensen, Lange Frans en Wybren van Haga (mensen die vinden dat de overheid het virus vrij moet verspreiden, zonder maatregelen te treffen), die een alternatieve visie bieden op de gangbare wetenschappelijke visies op SARS-CoV-2.
  3. Mensen die sympathiseren met of lid zijn van de actiegroep Viruswaarheid onder leiding van Willem Engel. Deze groep ontstond uit corona-sceptici, die onder de slogan ‘liefde en geduld’ bezwaar aantekende tegen de in hun ogen vergaande maatregelen
    coronamaatregelen, zich wilde verzetten tegen ‘het nieuwe normaal’ en de macht van de ‘Big Pharma’. De groep organiseerde demonstraties en protesten die in de loop der tijd meer gingen lijken op door de overheid verboden evenementen uit de party scene, dan een ideologische missie. De actiegroep won met name in de zomermaanden veel sympathisanten, maar moest daarna aan invloed en bereik inleveren omdat de groep duidelijker de overtuiging naar buiten bracht dat corona een overheidscomplot zou zijn en in verband werd gebracht met hooligans en radicaal rechtse organisaties. De groep kwam in opspraak door radicale acties zoals telefonische doodsbedreigingen en scheldpartijen aan een woonzorgcentrum, het fotograferen en lastigvallen van mensen in GGD teststraten en het fysiek en telefonisch lastigvallen van schoolbestuurders vanwege de mondkapjesplicht in sommige middelbare scholen.

Polarisatie en verbinding
Wanneer gelijkgestemden onderwerpen met elkaar bespreken, hebben ze de neiging extremer te worden in hun overtuigingen, in plaats van gematigder. In Nederland zien we deze ontwikkeling met de golfbewegingen van de pandemie meebewegen. De aantallen mensen met een uitgesproken standpunt vóór of tegen maatregelen neemt toe. De samenleving polariseert: de ‘kwetsbaren’ die zich afschermen en de ‘niet kwetsbaren’ die doen of er niks aan de hand is. Je bent voor óf tegen mondkapjes. Voor óf tegen Rutte. Om de samenleving bijeen te houden, is het belangrijk deze polarisatie – net als het virus zelf – direct, snel en efficiënt te bestrijden. Preventie is de beste methode. Tussen twee uitersten zit de verbinding. We moeten het samen doen. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Voor een nog altijd onbekend virus, lopen we eigenlijk allemaal risico.

Een kleine groep verzet zich actief tegen het coronabeleid en probeert dit met kleine en grote acties te ondermijnen. Veruit de meeste sceptici echter houden zich aan de maatregelen, of hebben er respect voor als anderen zich er wel aan willen houden. Bij hen komt de argwaan vooral voort uit het gevoel dat er iets niet klopt, of doordat zij een grote discrepantie zien tussen de Nederlandse informatie over SARS-CoV-2 en informatie uit andere landen, of er een leefstijl op nahoudt waar risico-acceptatie een belangrijk onderdeel van uitmaakt.

Onderzoek tijdens de ebola epidemie in Sierra Leone leerde dat complotdenken vaak samengaat met een zwak vertrouwen in de overheid/overheidsinstanties, deviantie, angst voor inkomstenverlies en angst voor ontwrichting, vaak in combinatie met risico-acceptatie (‘ik accepteer het risico’ want ‘alles moet bij het oude blijven’ dus verwacht ik dat ‘iedereen het risico moet accepteren’). De situatie in Nederland toont grotendeels dezelfde motivaties, terwijl in Nederland ook de onderschattende rol en boodschappen van de overheid een belangrijke rol lijken te spelen. “Het is maar griep.” “Griep is net zo dodelijk.” De boodschappen van het allereerste uur, die met zoveel stelligheid werden gebracht[2], worden nu tegen de beleidsmakers gebruikt. De ernst  van de situatie is niet meer over te brengen.  

Goede informatievoorziening, zeker vanuit de overheid, is zeer belangrijk om de infodemie tegen te gaan. Maar ook wanneer de informatie gemakkelijk beschikbaar en beter te begrijpen zou zijn voor iedereen, zouden er complottheorieën ontstaan. Conspiracies over vaccins bijvoorbeeld, ontstaan meestal niet door een gebrek aan informatie. Vaak gaan ze niet over de immunologische feiten achter vaccins, maar over macht, identiteit, natuur en geschiedenis.[3] Besteed aandacht aan die diepere existentiële thema’s, in plaats van mensen met een betweterige toon te onderwijzen – wat vooral verzet oproept.

Transparantie en uitleg over het beleid, het doel en de strategie, is van wezenlijk belang. Waarom doen we wat we doen? Waarom doen we bepaalde dingen niet? Waarom verlaten we nu de routekaart en nemen we een afwijkende beslissing? Waarom wijkt informatie in Nederland af van informatie uit andere landen? Neem de zorgen van burgers serieus en ga erover in gesprek. Een relatief kleine investering, die veel verschil maakt. Mensen die begrijpen waarom bepaalde regels gelden, kunnen ook anderen erop wijzen en zo kan er een gedeelde gedragsnorm ontstaan ten gunste van de bestrijding van het virus.

Auteurs:
Ginny Mooy, Myrna Over, Karlijn Roex

De informatie in dit artikel is gebaseerd op antropologisch onderzoek naar de invloed van gedrag op de ontwikkeling van de coronapandemie. Het coronavirus verspreidt zich met name door gedrag. Niet alleen het gedrag van de bevolking speelt een belangrijke rol, maar ook dat van de overheid en haar adviseurs. Hoe beleidsmakers en burgers elkaar in gedrag beïnvloeden en versterken en daarmee de coronapandemie blijven opstoken, lees je in het onderzoeksrapport ‘Opnieuw Bruggen Bouwen’. Raadpleeg dit document tevens voor meer brontoelichting.


[1] Kieskompas: zin en onzin over het coronavirus (onderzoek van eind april tot begin mei 2020). 15 augustus 2020

[2] Expert overconfidence

[3] Eula Biss (2014). On Immunity. Graywolf Press.

Met Sinterklaas verspreidt corona zich ‘oh zo snel’

Op 12 oktober begon de herfstvakantie in vakantieregio noord. De tweede coronagolf dreigde toen als een tsunami de ziekenhuizen te overspoelen. De vakantie kwam net op tijd. De overheid stelde een gedeeltelijke lockdown in per 14 oktober en toen ook de vakantieregio’s midden en zuid op 17 oktober herfstvakantie kregen, daalde het aantal besmettingen vliegensvlug. De exponentiële groei leek gestopt, daling in de groei leek ingezet. Kabinet en media lonkten al snel weer naar ‘versoepelingen’.

Het optimistische gevoel dat kabinetsmaatregelen zouden hebben gewerkt verspreidde zich, exponentieel. Hoop doet leven. En toen ook twee vaccinontwikkelaars afgelopen week aankondigden dat hun vaccins meer dan negentig procent betrouwbaar zijn en op korte termijn geleverd kunnen worden, raakten met name kabinet en de media in jubelstemming. Bij het praatprogramma Op1 vertelde minister De Jonge, stralend – en misschien een tikkeltje zelfingenomen – dat dit de pandemie ineens totaal verandert. Hoewel het vaccin er nog niet is en zowel de mate als de duur van bescherming tegen besmetting èn de invloed op het ziektebeloop allerminst duidelijk zijn, zit de minister al in de volgende fase: de coronacrisis achter zich laten.

De minister probeert zijn enthousiasme over het vaccin over te brengen aan de bevolking: De Jonge vindt dat ook wij tegen elkaar moeten zeggen dat we in een hele bijzondere fase zijn aanbeland. Maar terwijl de minister op de drempel staat van “de volgende fase in de aanpak van de crisis”, stijgt het aantal positief geteste personen verder en lijkt de verspreiding zich weer te versnellen. Vanaf het hoogtepunt op 30 oktober (ruim 11.000 positieve tests op 1 dag) was er in 10 dagen tijd een razendsnelle daling (ruim 4,5 duizend op 9 november) om daarna weer te stijgen naar ruim 6 duizend (op 21 november) besmettingen per dag. Toch zijn kabinet en adviseurs met hun hoofd vooral in de fase waarin ‘we de coronacrisis achter ons kunnen laten’.

Het kabinet zegt wel te waken voor optimisme, maar kan toch niet onder stoelen of banken steken dat het zelf wel ‘klaar’ is met maatregelen nemen. Afgelopen woensdag zei De Jonge nog dat versoepelingen na 8 december mogelijk zijn, mits er maximaal 1200 besmettingen en 3 IC opnames per dag zijn. Op vrijdag bleek die ondergrens al fors opgeschroefd naar het hogere aantal van 3600 besmettingen en 10 IC opnames per dag. En terwijl de ziekenhuizen een nieuwe toename in patiënten pas over een week of 2 à 3 kunnen verwachten, mogen de restaurants vanaf half december waarschijnlijk weer open. En intenisivist Diederik Gommers mag dit jaar voor Sinterklaas spelen: hij mocht ‘voorspellen’ dat in februari waarschijnlijk evenementen en volle voetbalstadions weer mogen. Het kabinet en zijn adviseurs zijn de route van het perspectief ingeslagen, een zijweg op de pas geïntroduceerde routekaart blijkbaar, waar een dergelijk optimistisch scenario niet op terug te vinden is. Daarmee lijkt het kabinet in de fase van het delirium terecht te zijn gekomen: er is geen besef dat de daling met name door de herfstvakantie zo snel ging, het vaccin er helemaal nog niet is en we nog een feestmaand vol uitdagingen tegemoet gaan.

Helemaal blind voor de ontwikkelingen in de samenleving is het kabinet niet. De premier herinnerde ons er bij de laatste persconferentie aan dat ons gedrag wel een stuk beter kan. Maar hoewel het kabinet beweert zich zorgen te maken over de “spankracht van de samenleving”, maak ik me intussen bijzonder veel zorgen over de ‘spankracht’ bij het kabinet en zijn adviseurs. En terwijl De Jonge nog wat bezorgdheid uit dat we elkaar weleens een derde golf cadeau zouden kunnen geven met kerst, ben ik bezorgd dat het kabinet ons – met cadeautjes in de vorm van nog weer kortere quarantaineperiodes en een te aanstekelijk enthousiasme over vaccins die er nog niet zijn en met nog onbekende (bij)werking – een nieuwe opleving cadeau geeft met sinterklaas.

De scholen zijn open, zonder restricties. Dat het aantal positieve tests na een korte periode van daling, opnieuw toeneemt en vooral onder jongeren, wil ons zeggen dat de aanvankelijke neergang van de tweede golf vooral te danken was aan de herfstvakantie.

Pakjesavond is nog geen twee weken van ons verwijderd. Dat is op sommige plekken goed te zien in de winkelstraten. Zeker na een langdurige periode van stress, onzekerheid en restricties hebben mensen behoefte aan zo’n zalig avondje. Met alle positieve ontwikkelingen en de feeststemming bij sommige politici en adviseurs, groeit bij velen het gevoel: het kan wel. Dat het aantal besmettingen weer toeneemt ontgaat velen. We horen vooral wat we willen horen. Veel mensen zijn coronamoe. Zo ook het kabinet, lijkt het. En hoewel het allemaal zo logisch is en dat er gewoon bij hoort tijdens zo’n pandemie, heeft die coronamoeheid wel invloed op ons gedrag. Het kabinet zou zich moeten realiseren dat gedrag besmettelijker is dan het SARS-CoV-2 virus en dat het optimisme van politici ook zeer aanstekelijk werkt. Voor wie coronamoe is, lijkt de pandemie eigenlijk al voorbij. Zij zijn zich steeds minder bewust van de dreiging. Het naleven van gedragsregels wordt zo steeds makkelijker ‘vergeten’. Als we om ons heen zien dat anderen het niet zo nauw nemen met de regels, zijn we geneigd zelf ook meer risico’s te nemen. Zo komen we samen eens te meer terecht in een neerwaartse spiraal, waar het virus goed van kan profiteren.

Veel mensen zullen pakjesavond samen vieren. Met besmettelijke kinderen, waarvan men denkt dat dat niet zo’n kwaad kan, omdat zij het virus nauwelijks over zouden dragen. Met besmettelijke jongeren, die het overdragen aan hun ouders, kennissen en vrienden en grootouders die ‘het risico wel willen nemen’. Of andersom. En dan nemen jongeren het op hun beurt mee de scholen in. De ouders nemen het mee naar hun werkplek.

De ministers zijn bezig met het vaccin, Gommers is bezig met Feyenoord en de bevolking gaat op pad om de kerstinkopen te doen. Vóór kerst kunnen families en collega’s deze nieuwe, hoopvolle fase in de coronacrisis nog vieren met een hapje in de pas weer geopende restaurants. In de periode van pakjesavond en de weken daarna, verspreidt het virus zich dan ‘oh zo snel’. En wie weet hoeveel mensen Kerstmis en Oud en Nieuw dan kunnen vieren op de IC. Gelukkig voor de zorgmedewerkers, kunnen zij door het zeer doortastende vuurwerkverbod de brokstukken van het kabinetsbeleid dan in alle stilte op hun schouders torsen.

Het coronavirus verspreidt zich met name door gedrag. Niet alleen het gedrag van de bevolking speelt een belangrijke rol, maar ook dat van de overheid en haar adviseurs. Hoe beleidsmakers en burgers elkaar in gedrag beïnvloeden en versterken en daarmee de coronapandemie blijven opstoken, lees je in het onderzoeksrapport ‘Opnieuw Bruggen Bouwen’.